Aan de drank in Atjeh

Militaire kantine te Sigli, Pedir. Tussen 1897 en 1906. (KITLV, Media Commons)

In 1898 is het zover. Dan is Van Heutsz eindelijk waar hij al jaren wilde zijn: civiel en militair gouverneur van Atjeh. Pers en publiek in Nederland en Indië kijken gespannen toe of de man die al zo lang zo heel veel meningen had, het nu waar kan maken. Zijn lakmoesproef is de grote oorlogsexpeditie in Pedir, het gebied aan de noordkust van Atjeh.

Samenwerking

Die oorlogsexpeditie is een militair hoogstandje van voorbereiding en samenwerking tussen verschillende wapens. Van Heutsz organiseert het minutieus, tot en met de aanstelling van de geestelijke verzorging. Drie raadsmannen gaan mee: pastoor Verbraak en de dominees Thenu en Heckman. Er is iets, dat druk in de kranten besproken zal worden: Van Heutsz verbiedt de uitreiking van jenever aan de manschappen in het bivak. Daar had hij goede redenen voor. Allereerst het gezond verstand: zonder drank in de man is die man tot meer in staat. Daarbij moeten hier herinneringen uit zijn kindertijd hebben meegewogen; de vader van Van Heutsz was alcoholist wat uiteindelijk tot een breuk in het gezin leidde. Er was echter een probleem. Militairen hadden een wettelijk recht op drank. Daar moest dus een mouw aan gepast worden.

Drankmisbruik

Het Koloniaal verslag van 1898 schreef uitvoerig over het drankmisbruik in het Oost-Indische leger en de experimenten om dat tegen te gaan. Van Heutsz verbood de verstrekking van sterke drank aan “inlandsche militairen en dwangarbeiders.” En:

Verder werd sedert het laatst van Mei 1898 in genoemd gewest getracht beperking van het gebruik der van landswege te verstrekken jenever te verkrijgen door, bij wijze van proef, aan hen die zulks verlangen, in stede van het hun toekomend ration, de geldswaarde daarvan uit te betalen. Deze proefneming heeft echter bij de Europeesche militairen zoo goed als geen succes gehad.

Wel was zulks het geval ten opzichte van de inlandsche militairen en dwangarbeiders, maar, zooals reeds hiervóór is gezegd, werd reeds kort daarop aan dezen in Atjeh en onderhoorigheden de verstrekking van jenever gestaakt, althans tot zeer bijzondere gevallen beperkt.

Geld in plaats van drank sloeg niet aan bij de Europese militairen. Van Heutsz probeerde iets anders: kantines op afstand van het bivak zetten. Een alternatief voor drankgebruik bieden, in de vorm van militaire tehuizen waar gezelligheid zonder alcohol te vinden was. Het klonk allemaal actief en doelgericht, maar de wet bleef de wet.

Succes

De Pedir-expeditie werd door Van Heutsz en de zijnen als een succes beschouwd: het gebied heette nu onderworpen te zijn, en er konden wegen aangelegd worden. De belangrijkste verzetsstrijders waren gevlucht zodat de weerstand in Pedir tegen het leger minder actief was.

Van Heutsz steeg in rang naar generaal en werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde tweede klasse. Al met al was de oorlogsexpeditie uitstekend geslaagd, was overwegend de mening. Alleen die drank, dat bleef een punt.

Reglement

Al had Van Heutsz tien keer het gelijk van de wereld met de drankbeperking, de reglementen voor het leger stonden haaks op dat gelijk. In november 1898 wees het Algemeen Handelsblad er fijntjes op dat er in Nederland per hoofd per jaar acht liter jenever werd geconsumeerd wat het gebrek aan aandacht verklaarde voor drankmisbruik in Atjeh. De wet verordonneerde dagelijkse verstrekking van jenever: “omdat het een zekere behagelijkheid. geeft en het gevoel van vermoeidheid het spoedigst verdooft.” Geheelonthouders zouden niet onder druk staan mee te drinken, meldde de krant, wat onwaarschijnlijk klinkt. De methode van verstrekking kwam wel onder druk, schreef de krant. Drinken moest vooral onder toezicht gebeuren:

Dat de troep voor die verstrekking van jenever, welke steeds onder toezicht van de officieren plaats heeft, op gezette tijden zooals in bivak of op ongezette tijden bijv. bij excursiën wordt bijeengeroepen, geschiedt met de goede bedoeling, dat daardoor het drankverbruik het beste is te controleeren en misbruiken het gemakkelijkst worden voorkomen, zijnde het zoodoende bijv. niet mogelijk dat iemand zijn ration jenever afstaat of verkoopt aan een ander.

Aantrekkelijker werd het er niet op, maar de drank was en bleef op Atjeh, daar kon zelfs de gouverneur Van Heutsz niets aan veranderen.

(Dit artikel verscheen eerder  in het blad van de Bond van Wapenbroeders)

Leave a Comment