“Slavernij of het koopen van menschen mag niet meer voorkomen”

van daalen

Tijdens de militaire expeditie door de Gajo, Alas- en Bataklanden van 1904 kwam overste Van Dalen met eisen en voorschriften. Op 3 juni kwamen de hoofden naar een grote bijeenkomst waar Van Daalen deze eisen mededeelde. Ruimte voor onderhandeling was er niet meer.

Wat opvalt, is de eis tot directe afschaffing van de slavernij: zowel de tot slaaf gemaakten als hun nazaten moesten direct vrij gelaten worden. Dat was in lijn met de afschaffing van de slavernij in de kolonie, wettelijk gezien in 1860. In de kolonie Suriname werden slavenhouders door de overheid financieel gecompenseerd. Daarvan lijkt hier geen sprake te zijn. En dan, een vrijgelaten slaaf kon aan de andere kant van een berg weer tot slaaf gemaakt worden.

De Sumatra-bode schreef op 9 augustus 1904 over de hoofdenvergadering onder meer:

Inmiddels had de overste boodschappers naar alle wettige hoofden van het landschap gezonden, met opdracht dezen aan te zeggen dat zij den 3en Juni, begeleid door den door ons erkenden Kedjoeron Petiambang, Bédén genaamd, de man die met de Pendengcolonne z’n entree in het Kedjoeronschap had gedaan,—hunne opwachting moesten komen maken by dgn vertegenwoordiger van het Gouvernement. In optocht kwamen ze aangezet, de pengoeloe Si Doeablas en alle ondergeschikte hoofden, om de gelofte van trouw aan de Kompeuni af te leggen. In krachtige, duidelijke bewoordingen werden ban door Overste van Daalen hunne verplichtingen voorgehouden, die in ’t kort op het navolgende veerkwamen:
le Nn het gebied der Gajo Loeos daadwerkelijk behoort tot het gouvernement van Atjeh en Onderhoorigheden, waren zij gehouden het door ons als wettig erkend hoofd dezer streek—Kedjoeron Petiambang—ook als zoodanig te huldigen.
2e Alle bevelen middels den Kedjoeron door de Kompeuni gegeven moeten worden opgevolgd.
3e Onderlinge twisten tusschen de verschillende gampongs of hunne hoofden moeten tot het verleden behooren. De beslechting van geschillen zij den Kedjoeron overgelaten, die hiertoe langs vredelievenden weg zal geraken.
4e Slavernij of het koopen van menschen mag niet meer voorkomen, alle indertijd gekochte personen en hunne afstammelingen zijn vrij.
5e De bruidsprijs, die door een verkeerde adat in de laatste jaren zeer hoog was opgevoerd, hetgeen belemmerend werkte op het sluiten van huwelijken, moet weder op haar vroeger peil worden teruggebracht en mag hoogstens 100 dollar bedragen.

Na iedere door den overste geuitem wensch brachten allen hunne handen aan het voorhoofd samen onder het uitsproken van het woord „trimo“ (ik neem het aan.)

Daarmee was de slavernij bepaald niet voorbij. In december van datzelfde jaar citeerde het Bataviaasch Nieuwsblad uit de besprekingen over de Indische begroting: “Met opheffing der slavernij zal langs vreedzamen weg worden voortgegaan.” Dat klonk naar heel, heel langzame verandering.

Militaire Willemsorde voor Van Daalen 1905

Na de grote expeditie van 1904 kreeg Van Daalen het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde uitgereikt. Een hoge onderscheiding.  Toch was er twijfel geweest over de  mate van militair geweld dat tijdens de expeditie was ingezet. Koningin Wilhelmina had laten vragen of er geen nodeloos geweld was gebruikt. De nieuwe gouverneur-generaal Van Heutsz moet woest geweest zijn over deze en andere suggesties. Hij gaf antwoord in een stevige speech tijdens de uitreiking, op 3 februari 1905, een speech die door vrijwel alle Indische kranten werd opgenomen.

“Terwijl ik in Holland was, liet een deel der pers, en ook vele buiten de pers, zich in hoogst afkeurende termen uit over het doden van vrouwen en kinderen tijdens de Expeditie in de Gajoe- en Alas landen. Zij, die zo spraken, wisten niet hoeveel leed zij een militair daarmee aan doen. Er zijn vrouwen en kinderen gedood, maar dit was een niet te bermijden noodzakelijkheid, een daad van zelfbehoud.
De pers in Nederland vroeg mij opheldering, ik gaf ze; de Koningin, de Minister van Koloniën, zij behoefden die opheldering niet. Zij w i s t e n dat het Indische leger niet uit “bloedhonden” bestaat, dat de officieren geen nodeloze wreedheden zouden dulden! En dat ook de Nederlandsche en Indische pers – voor zover die een smet wierp op dat leger – moeten, althans kunnen weten.
De Koningin wilde haar volk doordringen van de waarheid, daareven door mij uitgesproken; niet alleen benoemde zij den luitenant-kolonel Van Daalen tot commandeur in de schoonste Nederlandse ridderorde: zij sprak ook haar wensch uit dat die orde door mij zou worden uitgereikt op de plechtigst mogelijker wijze.

Daarom neem ik deze taak van den legercommandant over en dat doe ik gaarne; het is mij zelfs, ja daartoe geroepen te zijn. Want de man die hier voor mij staat, is de verpersoonlijking van het schoonste niet alleen militaire maar ook burgerlijke deugden; zowel als troepenleider als bestuurder heeft hij boven allen uitgemunt; trouw en eerlijk heeft hij al hetgeen volbracht hetgeen hem werd opgedragen. Acht jaar heb ik met deze man gewerkt om in Atjeh rust, orde, kalmte en welvaart te brengen. Hij is mij een krachtige steun geweest.
Ik heb u, overste Van Daalen, voorgedragen tot mijn vervanger toen ik nog de Atjeh was: hetzelfde heb ik gedaan nadat ik het bestuur over deze landen heb aanvaard en zodra zich de gelegenheid daartoe voordoet, zult gij daar de plaats innemen die ik noode verliet en dan vertrouw ik u dan nog niet voltooide taak in het fewest dat reeds zoveel offers kostte.

Wij officieren hechten waarde aan ons ridderkruis, omdat dat symbool van vorstentrouw en ridderdeugd ook de borst versiert van den soldaat. Ziet ze daar staan, een paar kranige marechaussees, brigadecommandant, het kruis versierd hun borst en gelooft mij zij zijn uwer waardig, zij hebben het ten volle verdiend!”

Van Daalen bleef koel en kalm staan. “Waarlijk deze man moet geen zenuwen hebben,” oordeelde de Java Bode.

Voorvader gezocht (video)

Wat denkt u, hoeveel van ons hebben een voorvader die in Atjeh heeft gevochten? Misschien wel honderden. Een deel van de militairen bleef in Indië, een deel was reizend, dus komen en gaan. Ik sprak een keer in dat geweldige tehuis Raffy en vroeg naar die voorvaders. Op de video hoort en ziet u wat er gebeurde.

Zo gaat het vaak. Veel mensen weten het nog. Wie de voorvader was, hoe hij heette. Of soms alleen: “Hij vocht onder Van Heutsz.” Dat hoor ik dan omdat ik de biografie van Van Heutsz heb geschreven.
Misschien heeft u ook zo’n voorvader in de familie. Een man van wie u vaag nog wat weet, omdat u het gehoord heeft. Of misschien weet u meer, omdat u papieren heeft. Of een naam met wat feiten. Ik noem dat: een beginnetje.

Mogelijk kan ik u helpen meer van hem te weten te komen, omdat ik een beetje de weg weet in archieven en documenten. Als u me stuurt wat u weet, denk ik graag mee.

Het kan ook zijn, dat u meer weet. Dan noem ik graag zijn naam op deze website en als er een stukje moet komen, schrijf ik dat met genoegen.

Het is tijd, dat we de voorvaders die in Atjeh vochten leren kennen. Wie ze waren, waarom ze er waren, en met naam en toenaam. Zij horen ook bij de familie. Hoe heette uw voorvader?

    Staat de naam van uw voorvader hier ook bij? (video)

    In Atjeh zijn de meeste Militaire Willemsordes verdiend. U hoort dat ik zeg: verdiend. Voor moed, beleid en trouw, aan de dag gelegd in een oorlog. We kunnen daar nu van alles over roepen, maar toen waren de normen en waarden anders.

    In 1904 leidde Van Daalen een militaire expeditie door de Gajo-, Alas en Bataklanden. Met hem mee trokken militairen, koelies en dwangarbeiders.
    Veel militairen werden nadien beloond met een onderscheiding. Hieronder staat wie, wat kreeg.

    Staat de naam van uw voorvader er ook bij?

    Bron: G.C.E. van Daalen: ‘Verslag van den commandant der marechaussee-colonne belast met de vestiging van ons gezag in de Gajo-en Alaslanden.’ In: Indisch Militair Tijdschrift, januari 1905

    A

    Adoe Ani
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Ahé
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Anakotta, Amb. sergeant J.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Aukes, 1e luitenant H.F.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    B

    Banti, M.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Belling, Eur. sergeant G.A.C.
    maréchaussée, eervolle melding

    Braam Morris, 1e luitenant J. van
    infanterie, maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Baak, Eur. sergeant M.F.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    C

    Comentas, F.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Corenos, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    D

    Daalen, G.C.E. van Daalen
    luitenant-kolonel
    generale staf
    Commandeur der Militaire Willemsorde

    Dambohpolu, E.
    Amb. korporaal, maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Detan Hani
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Deurssen, Eur. sergeant S.R.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Dias, N.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Dirksen, Eur. sergeant C.
    infanterie, eervolle melding

    Djoema
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Dorst, Eur. sergeant J.
    maréchaussée eervolle melding

    E

    Ebbink, 1e luitenant J.W.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Emondt, Eur. sergeant J.W.C.,
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    G

    Gandaria, P.M.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Graaf, kapitein H.R.Th.A. de
    infanterie: eervolle melding

    H

    Hendrikussen, Eur. fuselier C.L.
    infanterie, eervolle melding

    Hetarihon, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Hitipeuw, S.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Hoenies
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    J

    Jansen, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Joseph, E.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    K

    Kaija, M.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Kaperekh, P.
    Amb. maréchaussée
    eervolle melding

    Kardia
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Karundeng, P.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Karuntu, W.
    Amb. sergeant
    maréchaussée
    eervolle melding

    Kaseman
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Kasidin
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw
    Kasnam
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Keller, Eur. fuselier K.A.
    infanterie: eervolle melding

    Kempees, 1e luitenant J.C.J.
    artillerie
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Kila, A.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Koloai, A.
    Amb. korporaal, maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Komoel, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Komentas, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Kromosetiko
    Inl. korporaal
    maréchaussée
    Eervolle melding

    L

    Lado-Koppe
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Ladouw, H.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Langkaj, A.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Lasonder, W. 1e luitenant
    infanterie eervolle melding

    Lattoeasan, S.L.F.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Latukonsia, Ph.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Latumahina, P.N.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Leatemia, D.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Lekatompessij, J.
    Amb. maréchaussée Nel Lekar
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Lewi, B.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Litaaij, J.L.
    Amb. sergeant
    maréchaussée, geneeskundige hosp. dienst
    Eervolle melding

    Luhulima, W.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    N

    Nanlohij, J. ook in 1927 dacht ik
    Amb. sergeant
    maréchaussée, Eervolle melding

    Neeb, H.M.
    officier van gezondheid 1e klasse
    geneeskundige dienst
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Ngadijo
    Inl. sergeant
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Noerkamat
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    O

    Oleij, F.
    Amb. korporaal
    maréchaussée
    Eervolle melding

    M

    Mad
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Mahulete, P.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Makal, A.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Manoeël Adam
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Manoeroe
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Manua, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Manuhutu, M.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Martadimedja
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Masoera, S.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Matahelmual, J.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Minta
    Inl. korporaal
    maréchaussée
    Eervolle melding

    Montalalu, B.
    Amb. maréchaussée B.
    Eervolle melding

    Mustamu, J.H.C.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Musuw, M.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    O

    Odorfer, Eur. sergeant M.M.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Othello, S.
    Amb. korporaal; maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    P

    Panod, S.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Patirane, Amb. sergeant S.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Pelupessij, D.W.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Picaulij, J.K.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pinaria, S.
    Amb.maréchaussée, soldaat, ziekenverpleger
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Pantow, S.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pardin
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pondaäg, N.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pongoh, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    R

    Ralahala, A.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Rampisela, S.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Ressidikromo
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Rumambij, G.L.
    Amb.sergeant, maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Rumawung, A.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    S

    Sahetapij, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Salawant, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Samboer, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Samoentamat
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Sapan, Inl. sergeant
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Saridjo
    Inl. korporaal maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sarimanella, S.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sarpin
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Saroean, A.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Satam
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Scheepens, kapitein W.B.J.A.
    maréchaussée
    ridder 3e Klasse der Militaire Willemsorde

    Seters, Eur. sergeant I.A.K.G. van
    maréchaussée eervolle melding

    Sidino
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Sinjal, E.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sipon
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Soei Lesi
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Soerodikromo
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Sondak, A.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sombah, A.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Sopacoeaperoe, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sopakuwa, J
    Amb.maréchaussée, soldaat, ziekenverpleger
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Stoker, Eur. korporaal J.
    ziekenverpleger, geneesk. hosp.dienst
    eervolle melding

    Stolk, kapitein J.J.
    generale staf
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Stongie, Eur. fuselier M.
    infanterie, eervolle melding

    Sumampouw, L.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Surundajang, N.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    T

    Tabelesij, D.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tahalele, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Tahore, J.
    Amb. korporaal
    maréchaussée, Eervolle melding

    Takaria, E.L.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Talahaturuson, D.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Talumepa, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tanod, S.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Tamunu, J.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Tetehuka, M.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Teterissa, M.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tjakoe
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tjomota
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Totaijs, J.H. Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tomahua, J.D.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Tuanakotta, H.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tuasuun, C.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tuhuleruw, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Turuangan, L.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tutupolie, C.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    W

    Watrin, 1e luitenant, G.F.B.
    maréchaussée: eeresabel

    Wattimurij, P.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Wanej, K.
    Amb. korporaal
    maréchaussée, Eervolle melding

    Winter, 1e luitenant W.R.
    infanterie
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Wongsowikromo
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Wongsokario
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Z

    Zeller, Eur. sergeant ziekenopz. J.A.W.
    geneesk. hosp. dienst
    eervolle melding

    Zijl, Eur. sergeant G.J.A. van
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Een der meest bekende en gewaardeerde officieren van Atjeh

    officieren

    Ook kapitein .B.J.A.Scheepens werd onderscheiden na de militaire expeditie van 1903; ridder 3e Klasse der Militaire Willemsorde, voor moed, beleid en trouw. Het was ook een signaal, dat Scheepens bestemd was om goed carrière te maken.

    In 1913 ging er een schok door militair Indië. Scheepens, dan commandant van het 14de bataljon, was door een Atjeher aangevallen en zwaar gewond geraakt.

    De Deli Courant schreef op 10 oktober:

    Overste Scheepens heeft indertijd den tocht van Van Daalen meegemaakt en hij heeft zich daarbij en in andere gevallen dermate onderscheiden, dat hem achtereenvolgens de Militaire Willemsorde 4 de en 3 de klasse en de eeresabel werden verleend, eerebewijzen, die gewagen van zijn soldateske dapperheid. Maar daarnaast bezit overste Scheepens ook nog andere eigenschappen, waardoor hij reeds meermalen […] als eventueele opvolger van generaal Swart.

    Met het noemen van de laatste werd diens post bekend verondersteld: gouverneur van Atjeh. Zover kon Scheepens dus klimmen. Als hij in leven bleef, tenminste. Dag na dag publiceerden de kranten updates. De Deli Courant: “Overste W. B. J. A. Scheepens toch is een der meest bekende en gewaardeerde officieren van Atjeh.”

    De dag erna wist de Sumatra Post dat Scheepens “een rentjoengsteek in den buik” had gekregen. Weer een dag later gooide Het Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië olie op de golven met een in tropenstijl gedoopt bericht:

    Wéér een sluipmoord in Atjeh.De luitenant-kolonel W. B. J. A. Scheepens, chef van den staf van het 14e bataljon infanterie (Atjeh), is in Segli door den oelé-balang van Titeuë, Tenkoe Béntara Titeuë, met een rentjong in den buik gewond. De moordenaar werd door den oppasser van den overste neergelegd. Atjeh, waar nu de guerilla is opgehouden, schijnt thans het stadium der sluipmoorden te zijn ingetreden.

    Hiermee stond de kwestie opeens in een ander licht. Was deze aanval symptomatisch voor een nieuwe fase in het Atjeh-bewind? Hoe om te gaan met sluipmoordenaars? Laaide het verzet tegen het Nederlandse bewind weer op?

    Scheepens was immers civiel gezaghebber en verantwoordelijk voor de rechtspraak. Een aanval op hem was ook een aanval op het Nederlandse systeem. En hoe veilig was een Nederlander in Atjeh eigenlijk, als iemand als overste Scheepens zomaar aangevallen kon worden.

    De Preanger-bode meldde met grimmig oog voor detail wat er gebeurd was: “De in het kantoor aanwezige personen, die de misdaad niet hadden kunnen voorkomen, trokken na het gebeurde hun wapens en legden den Atjehnees neer. Hij werd geheel getjintjangd.” Met de kapitein ging het relatief goed: “De geneesheer heeft eenige hoop op levensbehoud.“

    De aanslag op luitenant-kolonel Scheepens groeide snel uit tot een aanslag op het Nederlands gezag. Dat bracht de pennen hevig in beweging, over grote en kleine zaken. Rechtvaardigheid. De spelling van Atjesche namen. Gezag of schijngezag. Het stelsel van zelfbestuur. Over de kwaliteiten van kapitein Scheepens schreef de Preanger-bode:

    Het is niet van belang ontbloot, er hier de aandacht op te vestigen dat door geheel Atjeh van genoemden hoofdofficier steeds de roep is uitgegaan van groote rechtvaardigheid ; hij strafte steeds zonder onderscheid des persoons, en liet zich door de eventueele hooge relaties van de beklaagden in het minst niet influenceeren. Dit optreden vond bij zijn chefs, naar ons ter oore kwam, niet altijd de waardeering, welke het verdiende, en leidde zelfs voor en na tot conflict. Zoo iemand, dan kent de overste Scheepens zijn afdeeling; geen hoofd, geen voorname Atjeher, of hij kent er de geschiedenis, de relaties en het zondenregister en goede zijden van; al die kennis, waarvoor niet eerst een boekje hoeft te worden nageslagen, en welke de vrucht is van een jarenlang verblijf in dezelfde streken, benutte deze civiel gezaghebber om steeds meer geregelde toestanden in het door hem bestuurde gebied te scheppen. De hoofden houdt hij binnen de perken, door den gouverneur aangewezen; de z. g. korte verklaring is volkomen duidelijk ter zake van de wederzijdsche verhoudingen.

    Kenmerkend voor de activiteit van dezen militairen bestuursambtenaar, is wel dat hij iederen dag er op uit gaat, nooit thuis is; eerst ’s avonds om halfzeven houdt hij bureau, even frisch en opgewekt als had hij geen uren langen marsch achter den rug. Voor Atjeh, speciaal voor Pedië, is het te hopen dat de medische wetenschap in staat zal blijken, dit kostbare leven te behouden.

    Die hoop bleek tevergeefs. Op 17 oktober 1913 publiceerde de Arnhemsche courant een droevig bericht:

    Blijkens heden bij de familie te Nijmegen ingekomen bericht is de luitenant-kolonel der infanterie van het O.-I. leger, W. B. J. A. Scheepens, ridder in de militaire Willemsorde 3e klasse, op 45-jarigen leeftijd op Atjeh overleden, tengevolge van de hem Zaterdag jJ. tijdens de zitting van den landraad van Segli toegebrachte verwonding.

    Kassian, voelde de pers. Dat had Scheepens niet verdiend. De lofprijzingen voor zijn karakter en optreden waren algemeen, en de expeditie van 1904 had zijn moed al laten zien.

    Begrafenis

    De begrafenis toonde de gehechtheid aan Scheepens, maar leek ook een demonstratie te zijn van het heersende gezag. Militairen als kistdragers, onder wie kapitein Watrin uit 1904. De gouverneur Swart van Atjeh die een grafrede hield. Ruim dertig kransen die de baar bedekten. Ook legercommandant Van Daalen liet van zich horen.

    De nieuwe courant vermeldde het In Memoriam dat Van Daalen aan Scheepens had gewijd in het Indisch Weekblad en schreef: “In de laatste zinsnede van dat artikel viel één woord bijzonder op: Het leger verliest in hem een man van buitengewonen moed, van uitnemend beleid en van voorbeeldige trouw; trouw tot in den dood, viel hij door het staal van een enverzoenlijken vijand. Dat woord „onverzoenlijken” was zeer opmerkelijk. Een man als generaal Van Daalen schrijft zooiets niet klakkeloos neer! Hij heeft met dat ééne woord aangegeven, hoe hij denkt over de pacificatie van Atjeh.”

    En zo werd er weer een nieuwe discussie geboren. Waren Atjehers werkelijk onverzoenlijk met het Nederlandse bewind? Die gedachte was dermate onbehaaglijk dat die niet waar kon zijn. De geschiedenis zou Van Daalen evenwel gelijk geven.

    De man zonder straat

    In Den Haag zocht ik tevergeefs naar de generaal Van Daalenstraat. Iedereen uit Atjeh heeft er een straat gekregen: Van Heutsz, Loudon, Rooseboom, noem maar, noem maar, namen waarvoor eens een halve natie ontzag voelde. Atjeh, u weet wel. Die koloniale oorlog. Toen froeher. Ja, en nog steeds, min of meer, misschien, eigenlijk – deel van ons verleden, van onze geschiedenis, van wie wij nu zijn.

    Overgeslagen

    Generaal G.C.E. van Daalen, Frits voor intimi, is overgeslagen toen de straten in het Bezuidenhout verdeeld werden over de generaals. Het waarom-daarom ligt voor de hand: men vond hem te controversieel. Want Van Daalen was weliswaar net als de anderen goed gedecoreerd in die oorlog, hij had eigen macht en invloed en daarbij was hij commandant van het KNIL geweest, dus allemaal super, alleen was er dus die maatschappelijke rel in 1908. Over zijn militaire expedities in Atjeh. Woorden als moord en nodeloze wreedheid klonken, de pers publiceerde, de politiek debatteerde, mannen van gewicht overlegden in achterkamertjes en het eind van het verhaal was dat Van Daalen een schurk heette te zijn.

    De keten

    Iedereen sloeg over dat Van Daalen een schakel was in de keten van gezag en verantwoordelijkheid, een keten die eindigde met de kroon van het staatshoofd Wilhelmina. Dat idee kwam niet zo goed uit.

    Barbertje moest hangen, Barbertje hing, en tot op de dag van vandaag hangt hij nog.

    Nu hebben we dus een man zonder straat. Van Daalen heeft geen monument, zoals Van Heutsz er meer heeft. Een park is evenmin naar hem vernoemd. Zijn naam kom ik wel tegen in Rijswijk, maar ja, dat is weer geen Den Haag. Leuk weetje: Van Daalen woonde na zijn pensionering in de hofstad en is er zelfs in 1930 gestorven. Weer een reden om alsnog een straat naar hem te vernoemen. Misschien kan de lange Van Heutszstraat in twee worden gesplitst, en dan krijgt het deel voorbij de Rooseboomstraat een nieuw naambordje. Eerlijk is eerlijk, als je een wijk vol koloniale straatnamen hebt, dan hoort Van Daalen er ook bij.

    Bang land

    Ik weet dat er stemmen roepen over herbenoemen en meer van dergelijke uitspraken. Niet naar luisteren. Want die straatnaambordjes gaan niet over degenen die vernoemd zijn. Ze gaan over degenen die de vernoemingen uitkozen. De mensen die vrees voelden voor een rel over de generaal Van Daalenstraat. Zijn wij nog steeds zo’n bang land?

    Van Daalen senior en zijn conflict met de gouverneur-generaal

    Frits van Daalen was nog een kind, toen zijn vader noodgedwongen het leger verliet. Gotfried Coenraad Ernst van Daalen (1836-1889) had zich onderscheiden bij de gevechten tijdens de tweede Atjeh-expeditie, maar kwam in conflict met de gouverneur-generaal Loudon en moest met eervol ontslag. Het leger treurde om het heengaan van de man, die mogelijk legercommandant was geworden. De jonge Van Daalen moet hier iets geleerd hebben over loyaliteit: moet die van twee kanten komen, zit er eer in om aan het eigen gelijk vast te houden, kan een militair rekenen op een civiel gezaghebber? Het waren vragen, die hij pas later kon beantwoorden.
    Hieronder het artikel dat het Indisch Militair Tijdschrift in 1889 publiceerde, met alle pijnpunten erin. Het geeft een inkijkje in de gevoeligheden van de militaire Atjeh-wereld uit die tijd.

    Den 13en Mei van dit jaar overleed te Soerabaja de oud-kapitein van het Nederlandsch-Indische leger Gotfried Coenraad Ernst van Daalen, een man die, hoewel in subalternen rang uit het leger getreden, zich in de annalen onzer Indische krijgsgeschiedenis een
    naam verwierf, die het ons ten plicht stelt hem in zijne korte, doch schoone militaire loopbaan met eenige woorden te gedenken.

    Expedities

    Gotfried Coenraad Ernst van Daalen werd den 23en Juli 1836 te ’s Hertogenbosch geboren, trad op vijftienjarigen leeftijd in militairen dienst als cadet voor het wapen der Infanterie in Nederland, ging het volgend jaar over bij de Indische Infanterie en werd dan den 3en Juni 1856 tot tweeden luitenant bij dat wapen benoemd. In November van dat jaar vertrok hij naar Indië, waar hij na eene reis van vier maanden aankwam en geplaatst werd bij het 11e bataljon.
    Al zeer spoedig deed Van Daalen de aandacht op zich vestigen, zoodat hij, hoe jong luitenant ook, reeds in het jaar na zijne aankomst in Indie benoemd werd tot instructeur aan de destijds bestaande Normaal-schietschool te Meester Cornelis. Toen die Schietschool echter in het volgende jaar 1859 werd opgeheven, keerde hij naar zijn vorig bataljon terug, nog juist tijdig om met dat bataljon deel te nemen aan de tweede Bonische expeditie; na die expeditie werd hij, in 1860, tot 1en luitenant bevorderd.

    Charge van de Nederlands-Indische cavalerie bij Boni. (Wikimedia Commons)

    Bevorderingen

    Weldra kwam hij nu in de gelegenheid andere streken van den Indischen Archipel te bezien. In hetzelfde jaar toch werd hij benoemd tot adjudant van den militairen commandant van

    G.C.E. van Daalen sr

    Palembang, den toenmaligen luitenant-kolonel der Infanterie Kroesen, wien hij in 1861 in diezelfde betrekking volgde, toen deze benoemd werd tot militair commandant van Celebes en Onderhoorigheden. In die hoedanigheid nam Van Daalen deel aan den in April 1862 ondernomen tocht tot het herstellen der rust in Kanipi en Toeran, in November van dat jaar aan de expeditie naar Mandhar (Balangnipa) en in 1863 aan de expeditie naar de Torathea-landen.
    In Januari 1865 werd hij van zijne adjudantsbetrekking eervol ontheven, om kort daarop over te gaan als adjoint bij den Generalen staf. Bij zijne bevordering tot kapitein den 23en Juni 1866 keerde hij naar zijn wapen terug (9e Bataljon Infanterie), doch slechts voor korten tijd, daarhij reeds in ’t volgende jaar opnieuw als kapitein-adjoint bij den Generalen staf werd geplaatst.
    Bij de reorganisatie van het Departement van Oorlog in 1869, waarbij de toenmalige Generale staf werd opgeheven, ging hij bij dat departement over om in Juli van dat jaar op te treden als adjudant van den Commandant van het Leger, den luitenant-generaal Kroesen, den vroegeren militairen commandant van Celebes, die Van Daalen’s diensten, aldaar bewezen, niet vergeten was. In die betrekking had kapitein Van Daalen een groot aandeel in de voorbereiding der vele verbeteringen, die onder het bestuur van genoemden generaal in verschillende opzichten tot stand zijn gekomen. Zijne werkzaamheid werd in 1870 beloond met het ridderkruis van den Nederlandschen Leeuw.
    Kort nadat generaal Kroesen in 1873 het legercommando nedergelegd had, trad Van Daalen als adjudant af en werd hij geplaatst bij het “Bureau voor de krijgstoerustingen op Sumatra” onder de leiding van den generaal-majoor Verspyck.

    Had hij in die betrekking een werkzaam aandeel in de voorbereiding van de tweede Atjehsche expeditie, ook bij die expeditie zelve zoude hij eene belangrijke rol spelen als chef van den staf der 2e brigade, gecommandeerd door den kolonel Wiggers van Kerchem.
    Vooral in deze betrekking verwierf hij zich den naam, die hem bij het Indische leger steeds in eere zal doen blijven. In tal van bloedige gevechten wist hij zich door moed en beleid hoogelijk te onderscheiden. Dáár, waar de krijgsbeurtenissen van 25 en 26 December 1873, van 6, 13, 24 Januari en 15 Februari, dáár, waar de bloedige gevechten van Lemboe en Lamgoegoep, de roemvolle vermeestering van den geduchten Atjeschen missigit, de aanval des vijands op ons legerkamp de Penajoeng, de omtrekking van den Atjeschen kraton, de vermeestering der versterkte liniën bij Ketapan Doea worden vermeld, daar treedt Van Daalens naam steeds in een schitterend licht.
    Bij het gevecht van Ketapan Doea werd Van Daalen door een schampschot aan den linkervoet gewond en dientengevolge van het oorlogsterrein naar Batavia geëvacueerd. Hersteld zijnde had de betreurenswaardige gebeurtenis plaats die hem voor het leger verloren zou doen gaan.

    Loudon

    Bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van Generaal Van Swieten en den staf van de tweede Atjehsche expeditie bij hun terugkeer op 1 Mei 1874, beging Van Daalen, in eene oogenblikkelijke opwelling, eene daad van oneerbiedigheid jegens den Vertegenwoordiger des Konings in deze gewesten, een weigeren der hem door den Landvoogd aangeboden hand, die aanleiding gaf tot het plotseling afbreken zijner reeds zoo roemvolle carrière.
    Hoewel de Raad van Onderzoek, voor welken hij ter zake van dit feit verscheen, Van Daalen vrijsprak, werd door hoogerhand anders geoordeeld.
    Op grond van artikel 1 # 2 sub f van het militair pensioenreglement werd de kapitein G.C.E. van Daalen bij besluit van 14 Juni 1874 No. 1 eervol en met behoud van recht op pensioen uit Zijner Majesteits militairen dienst ontslagen en eindigde hij daarmede eene loopbaan, die bij eene andere toedracht van zaken had kunnen leiden tot de hoogste en eervolste betrekkingen in het Leger.
    In het burgelijke leven teruggekeerd, verwierf Van Daalen zich door energie en bekwaamheid eene eervolle stelling in de maatschappij. Het Leger betreurt echter steeds den officier, wiens daden tot zoo groote, onvervulde verwachtingen aanleiding gaven.

    Generaal Van Swieten

    Generaal Van Swieten

    Wij besluiten deze korte levensbeschrijving met de vermelding van het oordeel van generaal Van Swieten over Van Daalen, waarbij deze generaal tevens verklaart om welke reden dien kapitein het ridderkruis der Militaire Willemsordem zóó wel door hem verdiend, werd onthouden.

    “Wij hebben” – zegt de generaal op blz. 208 en 209 van zijn werk ‘De waarheid over onze vestiging in Atjeh’ – “zooeven van den kapitein G.C.E. van Daalen gesproken en hem een verdienstelijke officier genoemd. Hij heeft tot den 15en Februari aan de expeditie deel genomen, toen hij in het gevecht van Ketapan Doea gekwetst werd. Zijn verwantschap met den hoofdredacteur van de ‘Java-Bode’, wiens broeder hij is, was niet geschikt hem onze sympathie te doen winnen, maar, onpartijdig voor ieder, heeft het ons niet verhinderd zijne verdiensten te erkennen. Wij hebben hem gadegeslagen, wellicht meer dan hij weet. Als wij ons in stilte op weg begaven om de waakzaamheid der wachten en posten, de werkzaamheden aan het retranchement, aan het maken van wegen in het kamp voor het bekomen van gemakkelijke circulatie, de reinheid en de hygiëne te onderzoeken, zagen wij altijd Van Daalen waar hij wezen moest.
    Wij hebben hem voorgedragen voor de 3e klasse der Militaire Willemsorde, hetgeen in ééns eene zeldzame onderscheiding is voor een subaltern officier. Het was onze overtuiging, dat hij die verdiend had, omdat hij bij de vermeestering van Lemboeg, Missigit en Ketapan Doea beduidende invloed op de goede leiding gehad heeft. Wij meenden hem het bekomen dier belooning verschuldigd te zijn.

    Later heeft zijne oneerbiedige houding ten opzichte van den Gouverneur-Generaal plaats gehad, waarvoor hij met ontslag uit ’s lands dienst gestraft is. Deze straf was verdiend, maar wij achtten het, nu hij zijne straf daarvoor ondergaan had, des te billijker hem de belooning, die hij te voren reeds verdiend had, niet te onthouden.

    Wij handhaafden dus zijn naam op onze voordracht, hetgeen ook door den Commandant van het Indische leger en Chef van het Department van Oorlog en den Gouverneur-Generaal Opperbevelhebber der land- en zeemacht, die daarover geraadpleegd waren, beaamd

    werd. Ook zij handhaafden zijn naam op de voordracht. Doch hier te lande is hij door den Minister van Koloniën geroyeerd, wij kunnen zeggen tot ons groot leedwezen en in spijt van al wat wij deden om het te verhinderen. Wij merkten op, dat dit zoude zijn tweemaal straffen voor hetzelfde feit, in strijd met het rechtsbeginsel non bis in idem. Wij zeiden ook dat, zoo de heer Van Daalen, op grond van artikel 2 van het reglement op de administratie en discipline voor de Militaire Willemsorde, zijne aanspraak op de Orde deed gelden, hem recht zoude moeten worden gedaan; dat ze hem dan in verband met art. 12 der wet van 30 April 1815 No. 5 (houdende de instelling van de Militaire Willemsorde) niet onthouden zou kunnen worden, en er dus ook geen redelijke grond bestond het bij willekeurigen administratieven maatregel te doen.
    Het mocht niet baten. De heer Van Daalen werd toch van de voordracht aan den Koning afgevoerd.