“Slavernij of het koopen van menschen mag niet meer voorkomen”

van daalen

Tijdens de militaire expeditie door de Gajo, Alas- en Bataklanden van 1904 kwam overste Van Dalen met eisen en voorschriften. Op 3 juni kwamen de hoofden naar een grote bijeenkomst waar Van Daalen deze eisen mededeelde. Ruimte voor onderhandeling was er niet meer.

Wat opvalt, is de eis tot directe afschaffing van de slavernij: zowel de tot slaaf gemaakten als hun nazaten moesten direct vrij gelaten worden. Dat was in lijn met de afschaffing van de slavernij in de kolonie, wettelijk gezien in 1860. In de kolonie Suriname werden slavenhouders door de overheid financieel gecompenseerd. Daarvan lijkt hier geen sprake te zijn. En dan, een vrijgelaten slaaf kon aan de andere kant van een berg weer tot slaaf gemaakt worden.

De Sumatra-bode schreef op 9 augustus 1904 over de hoofdenvergadering onder meer:

Inmiddels had de overste boodschappers naar alle wettige hoofden van het landschap gezonden, met opdracht dezen aan te zeggen dat zij den 3en Juni, begeleid door den door ons erkenden Kedjoeron Petiambang, Bédén genaamd, de man die met de Pendengcolonne z’n entree in het Kedjoeronschap had gedaan,—hunne opwachting moesten komen maken by dgn vertegenwoordiger van het Gouvernement. In optocht kwamen ze aangezet, de pengoeloe Si Doeablas en alle ondergeschikte hoofden, om de gelofte van trouw aan de Kompeuni af te leggen. In krachtige, duidelijke bewoordingen werden ban door Overste van Daalen hunne verplichtingen voorgehouden, die in ’t kort op het navolgende veerkwamen:
le Nn het gebied der Gajo Loeos daadwerkelijk behoort tot het gouvernement van Atjeh en Onderhoorigheden, waren zij gehouden het door ons als wettig erkend hoofd dezer streek—Kedjoeron Petiambang—ook als zoodanig te huldigen.
2e Alle bevelen middels den Kedjoeron door de Kompeuni gegeven moeten worden opgevolgd.
3e Onderlinge twisten tusschen de verschillende gampongs of hunne hoofden moeten tot het verleden behooren. De beslechting van geschillen zij den Kedjoeron overgelaten, die hiertoe langs vredelievenden weg zal geraken.
4e Slavernij of het koopen van menschen mag niet meer voorkomen, alle indertijd gekochte personen en hunne afstammelingen zijn vrij.
5e De bruidsprijs, die door een verkeerde adat in de laatste jaren zeer hoog was opgevoerd, hetgeen belemmerend werkte op het sluiten van huwelijken, moet weder op haar vroeger peil worden teruggebracht en mag hoogstens 100 dollar bedragen.

Na iedere door den overste geuitem wensch brachten allen hunne handen aan het voorhoofd samen onder het uitsproken van het woord „trimo“ (ik neem het aan.)

Daarmee was de slavernij bepaald niet voorbij. In december van datzelfde jaar citeerde het Bataviaasch Nieuwsblad uit de besprekingen over de Indische begroting: “Met opheffing der slavernij zal langs vreedzamen weg worden voortgegaan.” Dat klonk naar heel, heel langzame verandering.

Militaire Willemsorde voor Van Daalen 1905

Na de grote expeditie van 1904 kreeg Van Daalen het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde uitgereikt. Een hoge onderscheiding.  Toch was er twijfel geweest over de  mate van militair geweld dat tijdens de expeditie was ingezet. Koningin Wilhelmina had laten vragen of er geen nodeloos geweld was gebruikt. De nieuwe gouverneur-generaal Van Heutsz moet woest geweest zijn over deze en andere suggesties. Hij gaf antwoord in een stevige speech tijdens de uitreiking, op 3 februari 1905, een speech die door vrijwel alle Indische kranten werd opgenomen.

“Terwijl ik in Holland was, liet een deel der pers, en ook vele buiten de pers, zich in hoogst afkeurende termen uit over het doden van vrouwen en kinderen tijdens de Expeditie in de Gajoe- en Alas landen. Zij, die zo spraken, wisten niet hoeveel leed zij een militair daarmee aan doen. Er zijn vrouwen en kinderen gedood, maar dit was een niet te bermijden noodzakelijkheid, een daad van zelfbehoud.
De pers in Nederland vroeg mij opheldering, ik gaf ze; de Koningin, de Minister van Koloniën, zij behoefden die opheldering niet. Zij w i s t e n dat het Indische leger niet uit “bloedhonden” bestaat, dat de officieren geen nodeloze wreedheden zouden dulden! En dat ook de Nederlandsche en Indische pers – voor zover die een smet wierp op dat leger – moeten, althans kunnen weten.
De Koningin wilde haar volk doordringen van de waarheid, daareven door mij uitgesproken; niet alleen benoemde zij den luitenant-kolonel Van Daalen tot commandeur in de schoonste Nederlandse ridderorde: zij sprak ook haar wensch uit dat die orde door mij zou worden uitgereikt op de plechtigst mogelijker wijze.

Daarom neem ik deze taak van den legercommandant over en dat doe ik gaarne; het is mij zelfs, ja daartoe geroepen te zijn. Want de man die hier voor mij staat, is de verpersoonlijking van het schoonste niet alleen militaire maar ook burgerlijke deugden; zowel als troepenleider als bestuurder heeft hij boven allen uitgemunt; trouw en eerlijk heeft hij al hetgeen volbracht hetgeen hem werd opgedragen. Acht jaar heb ik met deze man gewerkt om in Atjeh rust, orde, kalmte en welvaart te brengen. Hij is mij een krachtige steun geweest.
Ik heb u, overste Van Daalen, voorgedragen tot mijn vervanger toen ik nog de Atjeh was: hetzelfde heb ik gedaan nadat ik het bestuur over deze landen heb aanvaard en zodra zich de gelegenheid daartoe voordoet, zult gij daar de plaats innemen die ik noode verliet en dan vertrouw ik u dan nog niet voltooide taak in het fewest dat reeds zoveel offers kostte.

Wij officieren hechten waarde aan ons ridderkruis, omdat dat symbool van vorstentrouw en ridderdeugd ook de borst versiert van den soldaat. Ziet ze daar staan, een paar kranige marechaussees, brigadecommandant, het kruis versierd hun borst en gelooft mij zij zijn uwer waardig, zij hebben het ten volle verdiend!”

Van Daalen bleef koel en kalm staan. “Waarlijk deze man moet geen zenuwen hebben,” oordeelde de Java Bode.

Onze jongens in Atjeh… op het kerkhof

Bijna wekelijks keer ik in gedachten terug naar een oud kerkhof op Atjeh, Peutjoet heet het. Meer dan tweeduizend militairen liggen er, dat ze wéten, tenminste. Want met die tsunami – u weet toch nog, in 2004 – is er veel informatie verdwenen. Niet online gaan zoeken hoor, want kassian, die jongens. Zo jong gesneuveld en nu al zo lang dood. En allemaal hadden ze een mooie snor, dat maakt het erger.

Oorlog

Peutjoet is oud, heel oud. Het werd eind negentiende eeuw gesticht, kort na het begin van de Atjeh-oorlog in 1873. Veel militairen vonden het een troost, dat kerkhof. Want ze wisten: als het straks voor mij voorbij is, kom ik gewoon bij de jongens te liggen. Kameraadschap in het leger, daar zijn veel mooie liedjes over gezongen.

Militaire Willemsorde

Nou niet denken dat het zeker weer een elitehof was voor de Hollanders. Alles en iedereen ligt er, deze dood discrimineerde niet. Middenin het kerkhof staat een heuvel met bomen en men zegt, dat daar vooraanstaande mannen uit Atjeh rusten. Tegenstanders tijdens het leven en verenigd in de dood. Ach, wat zou ik er graag heen willen om daar in de tropenzon te wandelen. Maar ’t gaat niet vanwege mijn persoonlijke omstandigheden. Ik woon samen met Bert, een grote rode kater van dertien jaar en hij heeft angstklachten. Dus Poetjoet moet wachten. Ooit ga ik. En ik heb inmiddels een paar namen op mijn lijstje staan.

Darlang

Kapitein Darlang ligt er. Hij kon prachtig dansen, hij had zijn hond Corsar getraind in het opsporen van waaiers waardoor het baasje goede sier maakte bij de eigenaresses daarvan. Na zijn dood hebben ze nog geld ingezameld voor een borstbeeld op Peutjoet, hij moet bij leven nogal een legende zijn geweest. Majoor Pel heeft een prachtig wit graf met een hekje eromheen, pure kunst is het, dat je denkt: dat wil ik later óók, als ’t niet te duur is.

Maar er is ook Johan Vuyck. Vast geen familie van de schrijfster Beb Vuyck. Beb had pit. En Johan lijkt op zijn foto een broekje. Zeventien jaar was hij toen hij dienst nam, kort daarom kwam hij op eigen verzoek in Indie terecht. Middenin de oorlog, waar je zin in hebt. Veel gevechten overleefd tot die ene kogel hem vond. Hij leidde het corps marechaussee, Atjehers tegenover hem en zijn mannen. Dan: raak! Zijn linkerborst is het. Johan valt, weet op de een of andere manier zich zo te herstellen dat hij kan gaan zitten en roept dat de mannen moeten aanvallen. Maar ja, Atjehers konden goed schieten, dus met die kogel was het toch einde oefening. Na zijn dood kreeg hij nog de Militaire Willemsorde. Daar had zijn vrouw natuurlijk niks aan. Die had hem liever hem thuis gehad. Ook voor haar zou ik even naar Johans graf willen. Hij werd maar 30 jaar, en was al dood in 1898. In dat jaar kwam Wilhelmina op de troon, zo lang geleden is het.

Bloemen

Zegt u maar dat ik gek ben. Dat is misschien ook wel een beetje zo. Maar al dat herdenken ziet u, er zijn er zo véél om aan te denken, en daarom verkas ik in gedachten naar dat ene kerkhof op Atjeh. Er is een stichting die voor de graven zorgt, maar die hebben tekort aan fondsen. Ik heb ze geschreven dat ik een graf wil adopteren en of er dan ook iemand kan zijn die af en toe bloemen neerlegt. Een kleine groet van iemand een eeuw verderop. Niet vergeten, nooit vergeten.

Een deel van dit artikel verscheen eerder in Sapu Lidi

Aan de drank in Atjeh

Militaire kantine te Sigli, Pedir. Tussen 1897 en 1906. (KITLV, Media Commons)

In 1898 is het zover. Dan is Van Heutsz eindelijk waar hij al jaren wilde zijn: civiel en militair gouverneur van Atjeh. Pers en publiek in Nederland en Indië kijken gespannen toe of de man die al zo lang zo heel veel meningen had, het nu waar kan maken. Zijn lakmoesproef is de grote oorlogsexpeditie in Pedir, het gebied aan de noordkust van Atjeh.

Samenwerking

Die oorlogsexpeditie is een militair hoogstandje van voorbereiding en samenwerking tussen verschillende wapens. Van Heutsz organiseert het minutieus, tot en met de aanstelling van de geestelijke verzorging. Drie raadsmannen gaan mee: pastoor Verbraak en de dominees Thenu en Heckman. Er is iets, dat druk in de kranten besproken zal worden: Van Heutsz verbiedt de uitreiking van jenever aan de manschappen in het bivak. Daar had hij goede redenen voor. Allereerst het gezond verstand: zonder drank in de man is die man tot meer in staat. Daarbij moeten hier herinneringen uit zijn kindertijd hebben meegewogen; de vader van Van Heutsz was alcoholist wat uiteindelijk tot een breuk in het gezin leidde. Er was echter een probleem. Militairen hadden een wettelijk recht op drank. Daar moest dus een mouw aan gepast worden.

Drankmisbruik

Het Koloniaal verslag van 1898 schreef uitvoerig over het drankmisbruik in het Oost-Indische leger en de experimenten om dat tegen te gaan. Van Heutsz verbood de verstrekking van sterke drank aan “inlandsche militairen en dwangarbeiders.” En:

Verder werd sedert het laatst van Mei 1898 in genoemd gewest getracht beperking van het gebruik der van landswege te verstrekken jenever te verkrijgen door, bij wijze van proef, aan hen die zulks verlangen, in stede van het hun toekomend ration, de geldswaarde daarvan uit te betalen. Deze proefneming heeft echter bij de Europeesche militairen zoo goed als geen succes gehad.

Wel was zulks het geval ten opzichte van de inlandsche militairen en dwangarbeiders, maar, zooals reeds hiervóór is gezegd, werd reeds kort daarop aan dezen in Atjeh en onderhoorigheden de verstrekking van jenever gestaakt, althans tot zeer bijzondere gevallen beperkt.

Geld in plaats van drank sloeg niet aan bij de Europese militairen. Van Heutsz probeerde iets anders: kantines op afstand van het bivak zetten. Een alternatief voor drankgebruik bieden, in de vorm van militaire tehuizen waar gezelligheid zonder alcohol te vinden was. Het klonk allemaal actief en doelgericht, maar de wet bleef de wet.

Succes

De Pedir-expeditie werd door Van Heutsz en de zijnen als een succes beschouwd: het gebied heette nu onderworpen te zijn, en er konden wegen aangelegd worden. De belangrijkste verzetsstrijders waren gevlucht zodat de weerstand in Pedir tegen het leger minder actief was.

Van Heutsz steeg in rang naar generaal en werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde tweede klasse. Al met al was de oorlogsexpeditie uitstekend geslaagd, was overwegend de mening. Alleen die drank, dat bleef een punt.

Reglement

Al had Van Heutsz tien keer het gelijk van de wereld met de drankbeperking, de reglementen voor het leger stonden haaks op dat gelijk. In november 1898 wees het Algemeen Handelsblad er fijntjes op dat er in Nederland per hoofd per jaar acht liter jenever werd geconsumeerd wat het gebrek aan aandacht verklaarde voor drankmisbruik in Atjeh. De wet verordonneerde dagelijkse verstrekking van jenever: “omdat het een zekere behagelijkheid. geeft en het gevoel van vermoeidheid het spoedigst verdooft.” Geheelonthouders zouden niet onder druk staan mee te drinken, meldde de krant, wat onwaarschijnlijk klinkt. De methode van verstrekking kwam wel onder druk, schreef de krant. Drinken moest vooral onder toezicht gebeuren:

Dat de troep voor die verstrekking van jenever, welke steeds onder toezicht van de officieren plaats heeft, op gezette tijden zooals in bivak of op ongezette tijden bijv. bij excursiën wordt bijeengeroepen, geschiedt met de goede bedoeling, dat daardoor het drankverbruik het beste is te controleeren en misbruiken het gemakkelijkst worden voorkomen, zijnde het zoodoende bijv. niet mogelijk dat iemand zijn ration jenever afstaat of verkoopt aan een ander.

Aantrekkelijker werd het er niet op, maar de drank was en bleef op Atjeh, daar kon zelfs de gouverneur Van Heutsz niets aan veranderen.

(Dit artikel verscheen eerder  in het blad van de Bond van Wapenbroeders)

Voorvader gezocht (video)

Wat denkt u, hoeveel van ons hebben een voorvader die in Atjeh heeft gevochten? Misschien wel honderden. Een deel van de militairen bleef in Indië, een deel was reizend, dus komen en gaan. Ik sprak een keer in dat geweldige tehuis Raffy en vroeg naar die voorvaders. Op de video hoort en ziet u wat er gebeurde.

Zo gaat het vaak. Veel mensen weten het nog. Wie de voorvader was, hoe hij heette. Of soms alleen: “Hij vocht onder Van Heutsz.” Dat hoor ik dan omdat ik de biografie van Van Heutsz heb geschreven.
Misschien heeft u ook zo’n voorvader in de familie. Een man van wie u vaag nog wat weet, omdat u het gehoord heeft. Of misschien weet u meer, omdat u papieren heeft. Of een naam met wat feiten. Ik noem dat: een beginnetje.

Mogelijk kan ik u helpen meer van hem te weten te komen, omdat ik een beetje de weg weet in archieven en documenten. Als u me stuurt wat u weet, denk ik graag mee.

Het kan ook zijn, dat u meer weet. Dan noem ik graag zijn naam op deze website en als er een stukje moet komen, schrijf ik dat met genoegen.

Het is tijd, dat we de voorvaders die in Atjeh vochten leren kennen. Wie ze waren, waarom ze er waren, en met naam en toenaam. Zij horen ook bij de familie. Hoe heette uw voorvader?

    Over de hospitaalhyena’s

    Ingang van het Militair Hospitaal te Atjeh, na 19105 (Creative Commons, KITLV)

    Terwijl de Atjehoorlog voortwoedde en Nederland, alle inzet ten spijt, nog altijd niet gewonnen had, kwam er in 1900 een nieuw probleem bij. Dat meldde de arts L. J. Eilerts de Haan, werkzaam in het ziekenhuis aldaar. In verschillende artikelen beschreef hij dat er uit ziekenhuizen voeding werd gestolen. De daders schold hij uit voor ‘hospitaalhyena’s’. Met goede bedoelingen, zoals een klokkenluider die meestal heeft.

    Het Indische dagblad De Locomotief trok zich de zaak van het hospitaalschandaal aan. Op 10 maart 1900 publiceerde de krant een fors artikel over de zaak waarbij ook alweer een nieuw probleem was gekomen, te weten de positie van de arts zelf. Dokter L. J. Eilerts de Haan, officier van gezondheid eerste klas, had inmiddels Indië verlaten. Of dit geheel vrijwillig was, stond te bezien. Er was een onderzoek naar de dokter ingesteld:

    …of die militaire geneesheer wal eerst al het mogelijke tot verkrijging van verbetering deed bij zijne chefs. Dit geeft te denken. Er ligt zoo iets in van: tóch zullen wij dan lastigen kerel wel krijgen! […] Natuurlijk heeft Dr. Eilerts de Haan wel eerst bij zijn chefs geklaagd, maar het is de vraag hoever en hoelang het legerbestuur zulke pogingen wil zien uitstrekken. Indien Dr. Eilerts de Haan wellicht – ik weet er niets van, onderstel slechts – wat spoediger dan een ander tureluursch is geworden over de eeuwige officieele uitvluchten waar het geldt breken met de sleur, en maar altijd zijne zieken laaghartig zag bestelen, zal ham dit dan te kwade warden aangerekend? Zal op de vingers worden nageteld: hij had dit nog kunnen doen, en dat nog kunnen vragen, en op dit of dat nog kunnen wachten? Moet liever ook de legercommandant niet op prijs stellen, dat de knoeierij nu eens duidelijk aan het licht is gebracht en den man hoogachten, die dit heeft durven doen?

    Dat waren scherpe zinnen die duidelijk maakten wat nu het ergste werd gevonden. Niet zozeer de diefstal of de verminderde hoeveelheid gezonde voeding voor de militairen, maar het gezichtsverlies van de superieuren. Menigeen begreep, hoe verstandig de dokter was geweest door dat onderzoek naar hem niet af te wachten.

    Morele steun

    De kranten bleven publiceren over het hospitaalschandaal. Het betrof hier vooral militaire ziekenhuizen, waar de lagere rangen in opgenomen werden. De indruk bestond, dat zij geen klachten durfden in te dienen als er iets ontbrak. Dat iets kon zijn: voeding, versterkende drank of zelfs medicijnen. Schreef een arts vier eieren voor, dan kreeg de patiënt er twee. Melk werd verdund. De lijst was eindeloos.
    Gaandeweg 1901 bleek dat er al jaren gestolen werd uit de hospitalen, maar er iets aan doen… dat leek vrijwel onmogelijk. De artikelen die dokter Eilerts de Haan erover had geschreven om de misstanden aan de kaak te stellen, waren zelfs geweigerd door het Indisch Militair Tijdschrift, schreef Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, begin 1901, ook al had hij de morele steun van de gouverneur van Atjeh Van Heutsz.
    Wie er baat bij had, was speculeren. Mogelijk floreerde hier een diefstal stelsel van verkoop en winst met afdrachten aan deze en gene, en daarbij konden – gezien de doofpot reactie – best hooggeplaatste militairen betrokken zijn.

    Klokkenluider

    In Nederland haalde de zaak van het hospitaalschandaal de kringen van ministers. Merkwaardig genoeg wilden ook zij het karakter van de klokkenluider bespreken. Het heette twijfelachtig te zijn dat een militaire arts met voorbijgaan van zijn meerderen de steun van publieke opinie had gezocht voor zijn zaak. Maar had hij een alternatief gehad? Kennelijk: neen. Het kamerlid Van Kol nam het voor hem op: ‘Ook insubordinatie heeft hier niet plaats gehad, want ware dat het geval, dan zou generaal van Heutsz aan die artikelen zeker zijn goedkeuring niet hebben gehecht en daardoor als zijn meening hebben doen kennen, dat alleen door het opwekken der publieke opinie tegen die misstanden, daarin verbetering kon worden verwacht.’ Het hielp niet. De zaak werd van kwaad tot erger. Niet meer het hospitaalschandaal stond centraal, maar de persoon van de dokter. In februari 1901 schreef Het Soerabaijasch handelsblad een harde beoordeling van deze gang van zaken:

    Wel kan men den man, die dit durft ondernemen, niet wettelijk straffen, maar men maakt hem af op geniepige wijze in den conduite-staat. Zoo is het dr. Eilerts de Haan gegaan, zoo zal het ieder officier en ambtenaar gaan die in Indië misstanden aan het licht durft te brengen en den moed heeft dit openlijk, zonder masker voor, te doen. Totdat eindelijk iedereen zwijgt. Dan is het ideaal van het koloniaal gouvernement bereikt.

    En de dokter? Hij besloot zijn tijd als militair arts uit te zitten, met het oog op zijn pensioen. Erna publiceerde hij zijn autobiografie: Zonderlingschap. Het laatste woord was voor hem.

    (dit artikel verscheen eerder in de rubriek Wapenzuster, in het blad van de Bond van Wapenbroeders)

    Staat de naam van uw voorvader hier ook bij? (video)

    In Atjeh zijn de meeste Militaire Willemsordes verdiend. U hoort dat ik zeg: verdiend. Voor moed, beleid en trouw, aan de dag gelegd in een oorlog. We kunnen daar nu van alles over roepen, maar toen waren de normen en waarden anders.

    In 1904 leidde Van Daalen een militaire expeditie door de Gajo-, Alas en Bataklanden. Met hem mee trokken militairen, koelies en dwangarbeiders.
    Veel militairen werden nadien beloond met een onderscheiding. Hieronder staat wie, wat kreeg.

    Staat de naam van uw voorvader er ook bij?

    Bron: G.C.E. van Daalen: ‘Verslag van den commandant der marechaussee-colonne belast met de vestiging van ons gezag in de Gajo-en Alaslanden.’ In: Indisch Militair Tijdschrift, januari 1905

    A

    Adoe Ani
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Ahé
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Anakotta, Amb. sergeant J.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Aukes, 1e luitenant H.F.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    B

    Banti, M.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Belling, Eur. sergeant G.A.C.
    maréchaussée, eervolle melding

    Braam Morris, 1e luitenant J. van
    infanterie, maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Baak, Eur. sergeant M.F.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    C

    Comentas, F.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Corenos, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    D

    Daalen, G.C.E. van Daalen
    luitenant-kolonel
    generale staf
    Commandeur der Militaire Willemsorde

    Dambohpolu, E.
    Amb. korporaal, maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Detan Hani
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Deurssen, Eur. sergeant S.R.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Dias, N.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Dirksen, Eur. sergeant C.
    infanterie, eervolle melding

    Djoema
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Dorst, Eur. sergeant J.
    maréchaussée eervolle melding

    E

    Ebbink, 1e luitenant J.W.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Emondt, Eur. sergeant J.W.C.,
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    G

    Gandaria, P.M.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Graaf, kapitein H.R.Th.A. de
    infanterie: eervolle melding

    H

    Hendrikussen, Eur. fuselier C.L.
    infanterie, eervolle melding

    Hetarihon, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Hitipeuw, S.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Hoenies
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    J

    Jansen, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Joseph, E.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    K

    Kaija, M.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Kaperekh, P.
    Amb. maréchaussée
    eervolle melding

    Kardia
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Karundeng, P.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Karuntu, W.
    Amb. sergeant
    maréchaussée
    eervolle melding

    Kaseman
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Kasidin
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw
    Kasnam
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Keller, Eur. fuselier K.A.
    infanterie: eervolle melding

    Kempees, 1e luitenant J.C.J.
    artillerie
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Kila, A.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Koloai, A.
    Amb. korporaal, maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Komoel, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Komentas, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Kromosetiko
    Inl. korporaal
    maréchaussée
    Eervolle melding

    L

    Lado-Koppe
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Ladouw, H.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Langkaj, A.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Lasonder, W. 1e luitenant
    infanterie eervolle melding

    Lattoeasan, S.L.F.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Latukonsia, Ph.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Latumahina, P.N.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Leatemia, D.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Lekatompessij, J.
    Amb. maréchaussée Nel Lekar
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Lewi, B.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Litaaij, J.L.
    Amb. sergeant
    maréchaussée, geneeskundige hosp. dienst
    Eervolle melding

    Luhulima, W.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    N

    Nanlohij, J. ook in 1927 dacht ik
    Amb. sergeant
    maréchaussée, Eervolle melding

    Neeb, H.M.
    officier van gezondheid 1e klasse
    geneeskundige dienst
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Ngadijo
    Inl. sergeant
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Noerkamat
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    O

    Oleij, F.
    Amb. korporaal
    maréchaussée
    Eervolle melding

    M

    Mad
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Mahulete, P.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Makal, A.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Manoeël Adam
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Manoeroe
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Manua, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Manuhutu, M.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Martadimedja
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Masoera, S.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Matahelmual, J.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Minta
    Inl. korporaal
    maréchaussée
    Eervolle melding

    Montalalu, B.
    Amb. maréchaussée B.
    Eervolle melding

    Mustamu, J.H.C.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Musuw, M.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    O

    Odorfer, Eur. sergeant M.M.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Othello, S.
    Amb. korporaal; maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    P

    Panod, S.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Patirane, Amb. sergeant S.
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Pelupessij, D.W.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Picaulij, J.K.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pinaria, S.
    Amb.maréchaussée, soldaat, ziekenverpleger
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Pantow, S.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pardin
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pondaäg, N.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Pongoh, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    R

    Ralahala, A.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Rampisela, S.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Ressidikromo
    Inl. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Rumambij, G.L.
    Amb.sergeant, maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Rumawung, A.
    Amb.maréchaussée
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    S

    Sahetapij, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Salawant, P.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Samboer, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Samoentamat
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Sapan, Inl. sergeant
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Saridjo
    Inl. korporaal maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sarimanella, S.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sarpin
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Saroean, A.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Satam
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Scheepens, kapitein W.B.J.A.
    maréchaussée
    ridder 3e Klasse der Militaire Willemsorde

    Seters, Eur. sergeant I.A.K.G. van
    maréchaussée eervolle melding

    Sidino
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Sinjal, E.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sipon
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Soei Lesi
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Soerodikromo
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Sondak, A.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sombah, A.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Sopacoeaperoe, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Sopakuwa, J
    Amb.maréchaussée, soldaat, ziekenverpleger
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Stoker, Eur. korporaal J.
    ziekenverpleger, geneesk. hosp.dienst
    eervolle melding

    Stolk, kapitein J.J.
    generale staf
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Stongie, Eur. fuselier M.
    infanterie, eervolle melding

    Sumampouw, L.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Surundajang, N.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    T

    Tabelesij, D.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tahalele, J.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Tahore, J.
    Amb. korporaal
    maréchaussée, Eervolle melding

    Takaria, E.L.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Talahaturuson, D.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Talumepa, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tanod, S.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Tamunu, J.
    Amb. soldaat, ziekenverpleger
    Geneeskundige hosp.dienst
    Eervolle melding

    Tetehuka, M.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Teterissa, M.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tjakoe
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tjomota
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Totaijs, J.H. Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tomahua, J.D.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Tuanakotta, H.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tuasuun, C.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tuhuleruw, J.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Turuangan, L.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    Tutupolie, C.
    Amb. maréchaussée
    Eervolle melding

    W

    Watrin, 1e luitenant, G.F.B.
    maréchaussée: eeresabel

    Wattimurij, P.
    Amb. maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Wanej, K.
    Amb. korporaal
    maréchaussée, Eervolle melding

    Winter, 1e luitenant W.R.
    infanterie
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Wongsowikromo
    Inl. maréchaussée
    Eervolle melding

    Wongsokario
    Inl.maréchaussée
    geneeskundige hosp. dienst
    bronzen eereteken voor Moed en Trouw

    Z

    Zeller, Eur. sergeant ziekenopz. J.A.W.
    geneesk. hosp. dienst
    eervolle melding

    Zijl, Eur. sergeant G.J.A. van
    maréchaussée
    ridder 4e Klasse der Militaire Willemsorde

    Een der meest bekende en gewaardeerde officieren van Atjeh

    officieren

    Ook kapitein .B.J.A.Scheepens werd onderscheiden na de militaire expeditie van 1903; ridder 3e Klasse der Militaire Willemsorde, voor moed, beleid en trouw. Het was ook een signaal, dat Scheepens bestemd was om goed carrière te maken.

    In 1913 ging er een schok door militair Indië. Scheepens, dan commandant van het 14de bataljon, was door een Atjeher aangevallen en zwaar gewond geraakt.

    De Deli Courant schreef op 10 oktober:

    Overste Scheepens heeft indertijd den tocht van Van Daalen meegemaakt en hij heeft zich daarbij en in andere gevallen dermate onderscheiden, dat hem achtereenvolgens de Militaire Willemsorde 4 de en 3 de klasse en de eeresabel werden verleend, eerebewijzen, die gewagen van zijn soldateske dapperheid. Maar daarnaast bezit overste Scheepens ook nog andere eigenschappen, waardoor hij reeds meermalen […] als eventueele opvolger van generaal Swart.

    Met het noemen van de laatste werd diens post bekend verondersteld: gouverneur van Atjeh. Zover kon Scheepens dus klimmen. Als hij in leven bleef, tenminste. Dag na dag publiceerden de kranten updates. De Deli Courant: “Overste W. B. J. A. Scheepens toch is een der meest bekende en gewaardeerde officieren van Atjeh.”

    De dag erna wist de Sumatra Post dat Scheepens “een rentjoengsteek in den buik” had gekregen. Weer een dag later gooide Het Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië olie op de golven met een in tropenstijl gedoopt bericht:

    Wéér een sluipmoord in Atjeh.De luitenant-kolonel W. B. J. A. Scheepens, chef van den staf van het 14e bataljon infanterie (Atjeh), is in Segli door den oelé-balang van Titeuë, Tenkoe Béntara Titeuë, met een rentjong in den buik gewond. De moordenaar werd door den oppasser van den overste neergelegd. Atjeh, waar nu de guerilla is opgehouden, schijnt thans het stadium der sluipmoorden te zijn ingetreden.

    Hiermee stond de kwestie opeens in een ander licht. Was deze aanval symptomatisch voor een nieuwe fase in het Atjeh-bewind? Hoe om te gaan met sluipmoordenaars? Laaide het verzet tegen het Nederlandse bewind weer op?

    Scheepens was immers civiel gezaghebber en verantwoordelijk voor de rechtspraak. Een aanval op hem was ook een aanval op het Nederlandse systeem. En hoe veilig was een Nederlander in Atjeh eigenlijk, als iemand als overste Scheepens zomaar aangevallen kon worden.

    De Preanger-bode meldde met grimmig oog voor detail wat er gebeurd was: “De in het kantoor aanwezige personen, die de misdaad niet hadden kunnen voorkomen, trokken na het gebeurde hun wapens en legden den Atjehnees neer. Hij werd geheel getjintjangd.” Met de kapitein ging het relatief goed: “De geneesheer heeft eenige hoop op levensbehoud.“

    De aanslag op luitenant-kolonel Scheepens groeide snel uit tot een aanslag op het Nederlands gezag. Dat bracht de pennen hevig in beweging, over grote en kleine zaken. Rechtvaardigheid. De spelling van Atjesche namen. Gezag of schijngezag. Het stelsel van zelfbestuur. Over de kwaliteiten van kapitein Scheepens schreef de Preanger-bode:

    Het is niet van belang ontbloot, er hier de aandacht op te vestigen dat door geheel Atjeh van genoemden hoofdofficier steeds de roep is uitgegaan van groote rechtvaardigheid ; hij strafte steeds zonder onderscheid des persoons, en liet zich door de eventueele hooge relaties van de beklaagden in het minst niet influenceeren. Dit optreden vond bij zijn chefs, naar ons ter oore kwam, niet altijd de waardeering, welke het verdiende, en leidde zelfs voor en na tot conflict. Zoo iemand, dan kent de overste Scheepens zijn afdeeling; geen hoofd, geen voorname Atjeher, of hij kent er de geschiedenis, de relaties en het zondenregister en goede zijden van; al die kennis, waarvoor niet eerst een boekje hoeft te worden nageslagen, en welke de vrucht is van een jarenlang verblijf in dezelfde streken, benutte deze civiel gezaghebber om steeds meer geregelde toestanden in het door hem bestuurde gebied te scheppen. De hoofden houdt hij binnen de perken, door den gouverneur aangewezen; de z. g. korte verklaring is volkomen duidelijk ter zake van de wederzijdsche verhoudingen.

    Kenmerkend voor de activiteit van dezen militairen bestuursambtenaar, is wel dat hij iederen dag er op uit gaat, nooit thuis is; eerst ’s avonds om halfzeven houdt hij bureau, even frisch en opgewekt als had hij geen uren langen marsch achter den rug. Voor Atjeh, speciaal voor Pedië, is het te hopen dat de medische wetenschap in staat zal blijken, dit kostbare leven te behouden.

    Die hoop bleek tevergeefs. Op 17 oktober 1913 publiceerde de Arnhemsche courant een droevig bericht:

    Blijkens heden bij de familie te Nijmegen ingekomen bericht is de luitenant-kolonel der infanterie van het O.-I. leger, W. B. J. A. Scheepens, ridder in de militaire Willemsorde 3e klasse, op 45-jarigen leeftijd op Atjeh overleden, tengevolge van de hem Zaterdag jJ. tijdens de zitting van den landraad van Segli toegebrachte verwonding.

    Kassian, voelde de pers. Dat had Scheepens niet verdiend. De lofprijzingen voor zijn karakter en optreden waren algemeen, en de expeditie van 1904 had zijn moed al laten zien.

    Begrafenis

    De begrafenis toonde de gehechtheid aan Scheepens, maar leek ook een demonstratie te zijn van het heersende gezag. Militairen als kistdragers, onder wie kapitein Watrin uit 1904. De gouverneur Swart van Atjeh die een grafrede hield. Ruim dertig kransen die de baar bedekten. Ook legercommandant Van Daalen liet van zich horen.

    De nieuwe courant vermeldde het In Memoriam dat Van Daalen aan Scheepens had gewijd in het Indisch Weekblad en schreef: “In de laatste zinsnede van dat artikel viel één woord bijzonder op: Het leger verliest in hem een man van buitengewonen moed, van uitnemend beleid en van voorbeeldige trouw; trouw tot in den dood, viel hij door het staal van een enverzoenlijken vijand. Dat woord „onverzoenlijken” was zeer opmerkelijk. Een man als generaal Van Daalen schrijft zooiets niet klakkeloos neer! Hij heeft met dat ééne woord aangegeven, hoe hij denkt over de pacificatie van Atjeh.”

    En zo werd er weer een nieuwe discussie geboren. Waren Atjehers werkelijk onverzoenlijk met het Nederlandse bewind? Die gedachte was dermate onbehaaglijk dat die niet waar kon zijn. De geschiedenis zou Van Daalen evenwel gelijk geven.

    Heintji Tuwanakotta was in Atjeh

    Arthur Dias mailde me: “Mijn grootvader Heintji Tuwanakotta heeft ook in Atjeh als KNIL militair gevochten. Hij zat bij de Marechaussee. De oudste broer van mijn moeder, Hendrik Tuwanakotta heeft ook bij de KNIL gezeten.”

    Kijk, dan ben ik al gelukkig. En nieuwsgierig of er ook meer is. Foto’s wellicht? Arthur stuurde me twee mooie bestanden met foto, die ik hier mag overnemen. Eerst Heintji Tuwanakotta.

    Zoon van Selep Tuwanakotta en Margerita Sahetapy werd voor zijn krijgsverrichtingen (onder kapitein Christoffel), op Flores van 9 Augustus 1907 tot ultimo Februari 1908 onderscheiden met de Militaire Willemsorde. (KB 28 Dec. 1908 no 12) Eerder, in 1906, raakte hij in Pidie (Atjeh) zwaar gewond. Voor zijn deelname aan de tocht naar de Gajo- en Alaslanden van februari tot juli 1904 ontving hij het bronzen ereteken voor moed en trouw.

    In een krantenartikel uit 1939 staat het volgende artikel:

    BEGRAFENIS RIDDER M.W.O.
    De gepensioneerd adjudantonderofficier Verdickt. Vrijdag jl. meldden wij het overlijden in het Militair Hospitaal te Batavia van
    den gepensioneerden adjudant-onderofficier Dij den Topografischen Dienst H. F. M. Verdickt. ridder in de Militaire Willemsorde
    4de klasse. Een eenzame figuur in zijn laatste levensjaren. Verdickt had in dit land kind noch kraai, doch bij zijn vrienden was hij graag gezien. En zoo waren het dan ook zijn vrienden, evenals hij ridders M. W. 0., die hem Zaterdagmorgen jl. op de
    begraafplaats Laanhof ten grave droegen. Vier hunner, wien de last der jaren aan houding en gelaat duidelijk was aan te zien,
    fungeerden als slippendragers en ondanks dezen „handicap” marcheerden zij (in het zwart, de borst versierd met het eremetaal van verschillende onderscheidingen) met het militair geleide even dapper mee op den ruim 10 kilometers langen weg van het
    militair hospitaal naar Lanhof, als waren zij nog jonge soldaten in ’s Konings wapenrok.

    Het waren de gepensioneerd adjudant onderofficier-administrateur Zwiers, de gepensioneerd sergeant-ziekenverpleger Pattiwaël van Westerloo, de gepensioneerd sergeant der Infanterie Sapin en de gepensioneerd Infanterist 1ste klasse Tuwanakotta. Het gewapend geleide bestond uit 1 sectie, het ongewapend geleide uit 2 sectiën van het 1ste Bataljon Luchtdoelartillerie onder commando van den 1ste luitenant der Artillerie Koen, terwijl ais dragers van het stoffelijk overschot 12 onderofficieren van het ovengenoemde korps aangewezen waren. 

    De chef van het militair hospitaal majoor Schijveschuurder, herdacht in een rede bij de geopende groeve de militaire verdiensten van den overledene. Dat spreker juist het woord voerde was geen toeval. Verdickt toch, voor de infanterie in Indië uitgekomen en later naar den Topografischen Dienst overgegaan, heeft ook bij den hospitaaldienst gediend en het was in zijn functie van korporaal-ziekenverpleger, dat hij op Timor het wapenfeit bedreef, waarvoor hem de ‘onderscheiding met de M. W. O. werd toegekend. De gepensioneerd adjudant-onderofficier H. Zwiers bracht een overledene een laatsten groet namens alle ridders M. W. O. in Nederlandsch- Indië. De heer S. Content herdacht zijn goede eigenschappen als mens en burger. Bij zijn weten had de overledene geen familiebetrekkingen in Indië. Spr. nam daarom als oud vriend de taak op zich de militaire autoriteiten, de aanwezige ridders M. W.O., en de andere aanwezigen dank te zeggen voor de betoonde belangstelling. Hierna werden bloemen gestrooid in het graf, waarbij de plaatselijk commandant van Weltevreden, luitenant-kolonel Muller, voortging.

    In 1927 woonden zowel vader en zoon met familie in Poerwakarta (West-Java).
    Kinderen: Hendrik – Jozef Louis – Penina – Margarita Doortje – Christiana Maria – Frits Arnold – Paula – Greetje & Josina

    Zoon van Heintji Tuwanakotta en Augustina Pelupessy

    27-11-1930 Voor het eerste oefening ingelijfd in den stand van militie soldaat en op dato in werkelijken
    dienst bij het 15 e Bataljon infanterie. Een jaar later werd hij als “aanbevolen militair” geplaatst aan de kaderschool.
    09-05-1931 Met groot verlof.
    01-10-1931 Te Bandoeng tijdelijk verbonden voor drie jaren als fuselier (aanbevolen militair) en geplaatst bij
    de Kaderschool. Korporaal.
    Tijdelijk bevorderd tot Sergeant.
    11-06-1947 Tijdelijk bevorderd tot Sergeant Majoor vsd. besch. adjugen nr. 6328/1.A.2. van 11 Juni 1947
    30-11-1949 Na gevangen te hebben gezeten in een Japans kamp werd hij drager van de zilveren medaille voor
    Trouwe dienst en van het Bronzen Kruis voor deelname aan gevechtsacties op West in 1949
    (Koninklijk Besluit 30-11-1949 No. 32).
    Bron: https://www.openarch.nl/nim:8d2ea93c-09c5-09bf-cdd9-6c506a61b0d4
    25-07-1950 Bij bsch. Cdt. Ned. Legerstrijdkracht in Indonesië. No: 60090/IB/11, wegens reorg. KNIL eervol
    ontslag uit de mil. dienst, onder toekenning voor evenredig pensioen (fl. 189,-) , toegestaan.

    Okt-1950 Van huisadres v. Rietschotenweg 34/nr 6 Djakarta (20-05-1950)
    Naar Nederland vertrokken met de m.s. “Skaugum”.

    De reden voor zijn onderscheiding werd als volgt beschreven:
    “De heer Tuwanakotta heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden op 2 oktober 1947
    als commandant van een doorzoekingsgroep van de militaire politie tijdens een zuiveringsactie tegen
    terroristische benden in het Tiledoegse (West Java).
    In het bijzonder door geheel eigen beweging, tezamen met een bij zijn groep ingedeeld soldaat van de militaire
    politie, een T.N.I.-groep, die zich op korte afstand ten zuiden van de kampong Waled Patjiman had
    teruggetrokken en zich had opgesteld aan de steile oever van de kali Tjisanggarang, zonder zich te bedenken
    onmiddellijk aan te grijpen en te vernietigen.
    Daartoe onder vijandelijk vuur het tussengelegen open terrein stormenderhand te overschrijden, waarop door
    hen in een gevecht van man tegen man twee terroristen werden gedood en drie overige tijdens hun vlucht over
    de kali werden neergeschoten, terwijl tevens twee karabijnen met munitie werden buitgemaakt. Door dit
    optreden er veel toe bij te dragen dat de verdere actie gunstig kon verlopen.

    Cornelis Kuiters was in Atjeh

    Cornelis Kuiters

    Corenlis Kuiterts is op 07-03-1898 ingelijfd bij het 2e Regiment Vesting Artillerie en op 20-07-1898 gedetacheerd voor 2 jaar bij het Koloniale Werf Depot.
    Op 22-10-1900 keerde hij terug van zijn detachement bij het leger in Oost-Indië (11874/1900)
    Op 26-11-1900 ingevolge artikel 9 werd hij vrijwilliger bij het Koloniaal Werfdepot (zie 12873/1900)

    Helaas heeft hij net als zovelen nooit iets verteld over die tijd.

    Tijdens de foto was hij 20 jaar.

    Cornelis Kuiters

    Het is veel en toch weinig, vind ik. Een naam en een foto is al veel. En de kennis van wanneer hij waar zat is een vertrekpunt voor verder onderzoek. Dat is het weinige: je zou graag meteen meer willen weten, vooral omdat er nooit iets verteld is. Dan denk je toch: wat is er gebeurd?