Een der meest bekende en gewaardeerde officieren van Atjeh

officieren

Ook kapitein .B.J.A.Scheepens werd onderscheiden na de militaire expeditie van 1903; ridder 3e Klasse der Militaire Willemsorde, voor moed, beleid en trouw. Het was ook een signaal, dat Scheepens bestemd was om goed carrière te maken.

In 1913 ging er een schok door militair Indië. Scheepens, dan commandant van het 14de bataljon, was door een Atjeher aangevallen en zwaar gewond geraakt.

De Deli Courant schreef op 10 oktober:

Overste Scheepens heeft indertijd den tocht van Van Daalen meegemaakt en hij heeft zich daarbij en in andere gevallen dermate onderscheiden, dat hem achtereenvolgens de Militaire Willemsorde 4 de en 3 de klasse en de eeresabel werden verleend, eerebewijzen, die gewagen van zijn soldateske dapperheid. Maar daarnaast bezit overste Scheepens ook nog andere eigenschappen, waardoor hij reeds meermalen […] als eventueele opvolger van generaal Swart.

Met het noemen van de laatste werd diens post bekend verondersteld: gouverneur van Atjeh. Zover kon Scheepens dus klimmen. Als hij in leven bleef, tenminste. Dag na dag publiceerden de kranten updates. De Deli Courant: “Overste W. B. J. A. Scheepens toch is een der meest bekende en gewaardeerde officieren van Atjeh.”

De dag erna wist de Sumatra Post dat Scheepens “een rentjoengsteek in den buik” had gekregen. Weer een dag later gooide Het Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië olie op de golven met een in tropenstijl gedoopt bericht:

Wéér een sluipmoord in Atjeh.De luitenant-kolonel W. B. J. A. Scheepens, chef van den staf van het 14e bataljon infanterie (Atjeh), is in Segli door den oelé-balang van Titeuë, Tenkoe Béntara Titeuë, met een rentjong in den buik gewond. De moordenaar werd door den oppasser van den overste neergelegd. Atjeh, waar nu de guerilla is opgehouden, schijnt thans het stadium der sluipmoorden te zijn ingetreden.

Hiermee stond de kwestie opeens in een ander licht. Was deze aanval symptomatisch voor een nieuwe fase in het Atjeh-bewind? Hoe om te gaan met sluipmoordenaars? Laaide het verzet tegen het Nederlandse bewind weer op?

Scheepens was immers civiel gezaghebber en verantwoordelijk voor de rechtspraak. Een aanval op hem was ook een aanval op het Nederlandse systeem. En hoe veilig was een Nederlander in Atjeh eigenlijk, als iemand als overste Scheepens zomaar aangevallen kon worden.

De Preanger-bode meldde met grimmig oog voor detail wat er gebeurd was: “De in het kantoor aanwezige personen, die de misdaad niet hadden kunnen voorkomen, trokken na het gebeurde hun wapens en legden den Atjehnees neer. Hij werd geheel getjintjangd.” Met de kapitein ging het relatief goed: “De geneesheer heeft eenige hoop op levensbehoud.“

De aanslag op luitenant-kolonel Scheepens groeide snel uit tot een aanslag op het Nederlands gezag. Dat bracht de pennen hevig in beweging, over grote en kleine zaken. Rechtvaardigheid. De spelling van Atjesche namen. Gezag of schijngezag. Het stelsel van zelfbestuur. Over de kwaliteiten van kapitein Scheepens schreef de Preanger-bode:

Het is niet van belang ontbloot, er hier de aandacht op te vestigen dat door geheel Atjeh van genoemden hoofdofficier steeds de roep is uitgegaan van groote rechtvaardigheid ; hij strafte steeds zonder onderscheid des persoons, en liet zich door de eventueele hooge relaties van de beklaagden in het minst niet influenceeren. Dit optreden vond bij zijn chefs, naar ons ter oore kwam, niet altijd de waardeering, welke het verdiende, en leidde zelfs voor en na tot conflict. Zoo iemand, dan kent de overste Scheepens zijn afdeeling; geen hoofd, geen voorname Atjeher, of hij kent er de geschiedenis, de relaties en het zondenregister en goede zijden van; al die kennis, waarvoor niet eerst een boekje hoeft te worden nageslagen, en welke de vrucht is van een jarenlang verblijf in dezelfde streken, benutte deze civiel gezaghebber om steeds meer geregelde toestanden in het door hem bestuurde gebied te scheppen. De hoofden houdt hij binnen de perken, door den gouverneur aangewezen; de z. g. korte verklaring is volkomen duidelijk ter zake van de wederzijdsche verhoudingen.

Kenmerkend voor de activiteit van dezen militairen bestuursambtenaar, is wel dat hij iederen dag er op uit gaat, nooit thuis is; eerst ’s avonds om halfzeven houdt hij bureau, even frisch en opgewekt als had hij geen uren langen marsch achter den rug. Voor Atjeh, speciaal voor Pedië, is het te hopen dat de medische wetenschap in staat zal blijken, dit kostbare leven te behouden.

Die hoop bleek tevergeefs. Op 17 oktober 1913 publiceerde de Arnhemsche courant een droevig bericht:

Blijkens heden bij de familie te Nijmegen ingekomen bericht is de luitenant-kolonel der infanterie van het O.-I. leger, W. B. J. A. Scheepens, ridder in de militaire Willemsorde 3e klasse, op 45-jarigen leeftijd op Atjeh overleden, tengevolge van de hem Zaterdag jJ. tijdens de zitting van den landraad van Segli toegebrachte verwonding.

Kassian, voelde de pers. Dat had Scheepens niet verdiend. De lofprijzingen voor zijn karakter en optreden waren algemeen, en de expeditie van 1904 had zijn moed al laten zien.

Begrafenis

De begrafenis toonde de gehechtheid aan Scheepens, maar leek ook een demonstratie te zijn van het heersende gezag. Militairen als kistdragers, onder wie kapitein Watrin uit 1904. De gouverneur Swart van Atjeh die een grafrede hield. Ruim dertig kransen die de baar bedekten. Ook legercommandant Van Daalen liet van zich horen.

De nieuwe courant vermeldde het In Memoriam dat Van Daalen aan Scheepens had gewijd in het Indisch Weekblad en schreef: “In de laatste zinsnede van dat artikel viel één woord bijzonder op: Het leger verliest in hem een man van buitengewonen moed, van uitnemend beleid en van voorbeeldige trouw; trouw tot in den dood, viel hij door het staal van een enverzoenlijken vijand. Dat woord „onverzoenlijken” was zeer opmerkelijk. Een man als generaal Van Daalen schrijft zooiets niet klakkeloos neer! Hij heeft met dat ééne woord aangegeven, hoe hij denkt over de pacificatie van Atjeh.”

En zo werd er weer een nieuwe discussie geboren. Waren Atjehers werkelijk onverzoenlijk met het Nederlandse bewind? Die gedachte was dermate onbehaaglijk dat die niet waar kon zijn. De geschiedenis zou Van Daalen evenwel gelijk geven.

Leave a Comment