Heintji Tuwanakotta was in Atjeh

Arthur Dias mailde me: “Mijn grootvader Heintji Tuwanakotta heeft ook in Atjeh als KNIL militair gevochten. Hij zat bij de Marechaussee. De oudste broer van mijn moeder, Hendrik Tuwanakotta heeft ook bij de KNIL gezeten.”

Kijk, dan ben ik al gelukkig. En nieuwsgierig of er ook meer is. Foto’s wellicht? Arthur stuurde me twee mooie bestanden met foto, die ik hier mag overnemen. Eerst Heintji Tuwanakotta.

Zoon van Selep Tuwanakotta en Margerita Sahetapy werd voor zijn krijgsverrichtingen (onder kapitein Christoffel), op Flores van 9 Augustus 1907 tot ultimo Februari 1908 onderscheiden met de Militaire Willemsorde. (KB 28 Dec. 1908 no 12) Eerder, in 1906, raakte hij in Pidie (Atjeh) zwaar gewond. Voor zijn deelname aan de tocht naar de Gajo- en Alaslanden van februari tot juli 1904 ontving hij het bronzen ereteken voor moed en trouw.

In een krantenartikel uit 1939 staat het volgende artikel:

BEGRAFENIS RIDDER M.W.O.
De gepensioneerd adjudantonderofficier Verdickt. Vrijdag jl. meldden wij het overlijden in het Militair Hospitaal te Batavia van
den gepensioneerden adjudant-onderofficier Dij den Topografischen Dienst H. F. M. Verdickt. ridder in de Militaire Willemsorde
4de klasse. Een eenzame figuur in zijn laatste levensjaren. Verdickt had in dit land kind noch kraai, doch bij zijn vrienden was hij graag gezien. En zoo waren het dan ook zijn vrienden, evenals hij ridders M. W. 0., die hem Zaterdagmorgen jl. op de
begraafplaats Laanhof ten grave droegen. Vier hunner, wien de last der jaren aan houding en gelaat duidelijk was aan te zien,
fungeerden als slippendragers en ondanks dezen „handicap” marcheerden zij (in het zwart, de borst versierd met het eremetaal van verschillende onderscheidingen) met het militair geleide even dapper mee op den ruim 10 kilometers langen weg van het
militair hospitaal naar Lanhof, als waren zij nog jonge soldaten in ’s Konings wapenrok.

Het waren de gepensioneerd adjudant onderofficier-administrateur Zwiers, de gepensioneerd sergeant-ziekenverpleger Pattiwaël van Westerloo, de gepensioneerd sergeant der Infanterie Sapin en de gepensioneerd Infanterist 1ste klasse Tuwanakotta. Het gewapend geleide bestond uit 1 sectie, het ongewapend geleide uit 2 sectiën van het 1ste Bataljon Luchtdoelartillerie onder commando van den 1ste luitenant der Artillerie Koen, terwijl ais dragers van het stoffelijk overschot 12 onderofficieren van het ovengenoemde korps aangewezen waren. 

De chef van het militair hospitaal majoor Schijveschuurder, herdacht in een rede bij de geopende groeve de militaire verdiensten van den overledene. Dat spreker juist het woord voerde was geen toeval. Verdickt toch, voor de infanterie in Indië uitgekomen en later naar den Topografischen Dienst overgegaan, heeft ook bij den hospitaaldienst gediend en het was in zijn functie van korporaal-ziekenverpleger, dat hij op Timor het wapenfeit bedreef, waarvoor hem de ‘onderscheiding met de M. W. O. werd toegekend. De gepensioneerd adjudant-onderofficier H. Zwiers bracht een overledene een laatsten groet namens alle ridders M. W. O. in Nederlandsch- Indië. De heer S. Content herdacht zijn goede eigenschappen als mens en burger. Bij zijn weten had de overledene geen familiebetrekkingen in Indië. Spr. nam daarom als oud vriend de taak op zich de militaire autoriteiten, de aanwezige ridders M. W.O., en de andere aanwezigen dank te zeggen voor de betoonde belangstelling. Hierna werden bloemen gestrooid in het graf, waarbij de plaatselijk commandant van Weltevreden, luitenant-kolonel Muller, voortging.

In 1927 woonden zowel vader en zoon met familie in Poerwakarta (West-Java).
Kinderen: Hendrik – Jozef Louis – Penina – Margarita Doortje – Christiana Maria – Frits Arnold – Paula – Greetje & Josina

Zoon van Heintji Tuwanakotta en Augustina Pelupessy

27-11-1930 Voor het eerste oefening ingelijfd in den stand van militie soldaat en op dato in werkelijken
dienst bij het 15 e Bataljon infanterie. Een jaar later werd hij als “aanbevolen militair” geplaatst aan de kaderschool.
09-05-1931 Met groot verlof.
01-10-1931 Te Bandoeng tijdelijk verbonden voor drie jaren als fuselier (aanbevolen militair) en geplaatst bij
de Kaderschool. Korporaal.
Tijdelijk bevorderd tot Sergeant.
11-06-1947 Tijdelijk bevorderd tot Sergeant Majoor vsd. besch. adjugen nr. 6328/1.A.2. van 11 Juni 1947
30-11-1949 Na gevangen te hebben gezeten in een Japans kamp werd hij drager van de zilveren medaille voor
Trouwe dienst en van het Bronzen Kruis voor deelname aan gevechtsacties op West in 1949
(Koninklijk Besluit 30-11-1949 No. 32).
Bron: https://www.openarch.nl/nim:8d2ea93c-09c5-09bf-cdd9-6c506a61b0d4
25-07-1950 Bij bsch. Cdt. Ned. Legerstrijdkracht in Indonesië. No: 60090/IB/11, wegens reorg. KNIL eervol
ontslag uit de mil. dienst, onder toekenning voor evenredig pensioen (fl. 189,-) , toegestaan.

Okt-1950 Van huisadres v. Rietschotenweg 34/nr 6 Djakarta (20-05-1950)
Naar Nederland vertrokken met de m.s. “Skaugum”.

De reden voor zijn onderscheiding werd als volgt beschreven:
“De heer Tuwanakotta heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden op 2 oktober 1947
als commandant van een doorzoekingsgroep van de militaire politie tijdens een zuiveringsactie tegen
terroristische benden in het Tiledoegse (West Java).
In het bijzonder door geheel eigen beweging, tezamen met een bij zijn groep ingedeeld soldaat van de militaire
politie, een T.N.I.-groep, die zich op korte afstand ten zuiden van de kampong Waled Patjiman had
teruggetrokken en zich had opgesteld aan de steile oever van de kali Tjisanggarang, zonder zich te bedenken
onmiddellijk aan te grijpen en te vernietigen.
Daartoe onder vijandelijk vuur het tussengelegen open terrein stormenderhand te overschrijden, waarop door
hen in een gevecht van man tegen man twee terroristen werden gedood en drie overige tijdens hun vlucht over
de kali werden neergeschoten, terwijl tevens twee karabijnen met munitie werden buitgemaakt. Door dit
optreden er veel toe bij te dragen dat de verdere actie gunstig kon verlopen.

Leave a Comment