Militaire Willemsorde voor Van Daalen 1905

Na de grote expeditie van 1904 kreeg Van Daalen het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde uitgereikt. Een hoge onderscheiding.  Toch was er twijfel geweest over de  mate van militair geweld dat tijdens de expeditie was ingezet. Koningin Wilhelmina had laten vragen of er geen nodeloos geweld was gebruikt. De nieuwe gouverneur-generaal Van Heutsz moet woest geweest zijn over deze en andere suggesties. Hij gaf antwoord in een stevige speech tijdens de uitreiking, op 3 februari 1905, een speech die door vrijwel alle Indische kranten werd opgenomen.

“Terwijl ik in Holland was, liet een deel der pers, en ook vele buiten de pers, zich in hoogst afkeurende termen uit over het doden van vrouwen en kinderen tijdens de Expeditie in de Gajoe- en Alas landen. Zij, die zo spraken, wisten niet hoeveel leed zij een militair daarmee aan doen. Er zijn vrouwen en kinderen gedood, maar dit was een niet te bermijden noodzakelijkheid, een daad van zelfbehoud.
De pers in Nederland vroeg mij opheldering, ik gaf ze; de Koningin, de Minister van Koloniën, zij behoefden die opheldering niet. Zij w i s t e n dat het Indische leger niet uit “bloedhonden” bestaat, dat de officieren geen nodeloze wreedheden zouden dulden! En dat ook de Nederlandsche en Indische pers – voor zover die een smet wierp op dat leger – moeten, althans kunnen weten.
De Koningin wilde haar volk doordringen van de waarheid, daareven door mij uitgesproken; niet alleen benoemde zij den luitenant-kolonel Van Daalen tot commandeur in de schoonste Nederlandse ridderorde: zij sprak ook haar wensch uit dat die orde door mij zou worden uitgereikt op de plechtigst mogelijker wijze.

Daarom neem ik deze taak van den legercommandant over en dat doe ik gaarne; het is mij zelfs, ja daartoe geroepen te zijn. Want de man die hier voor mij staat, is de verpersoonlijking van het schoonste niet alleen militaire maar ook burgerlijke deugden; zowel als troepenleider als bestuurder heeft hij boven allen uitgemunt; trouw en eerlijk heeft hij al hetgeen volbracht hetgeen hem werd opgedragen. Acht jaar heb ik met deze man gewerkt om in Atjeh rust, orde, kalmte en welvaart te brengen. Hij is mij een krachtige steun geweest.
Ik heb u, overste Van Daalen, voorgedragen tot mijn vervanger toen ik nog de Atjeh was: hetzelfde heb ik gedaan nadat ik het bestuur over deze landen heb aanvaard en zodra zich de gelegenheid daartoe voordoet, zult gij daar de plaats innemen die ik noode verliet en dan vertrouw ik u dan nog niet voltooide taak in het fewest dat reeds zoveel offers kostte.

Wij officieren hechten waarde aan ons ridderkruis, omdat dat symbool van vorstentrouw en ridderdeugd ook de borst versiert van den soldaat. Ziet ze daar staan, een paar kranige marechaussees, brigadecommandant, het kruis versierd hun borst en gelooft mij zij zijn uwer waardig, zij hebben het ten volle verdiend!”

Van Daalen bleef koel en kalm staan. “Waarlijk deze man moet geen zenuwen hebben,” oordeelde de Java Bode.

Leave a Comment