Onze jongens in Atjeh… op het kerkhof

Bijna wekelijks keer ik in gedachten terug naar een oud kerkhof op Atjeh, Peutjoet heet het. Meer dan tweeduizend militairen liggen er, dat ze wéten, tenminste. Want met die tsunami – u weet toch nog, in 2004 – is er veel informatie verdwenen. Niet online gaan zoeken hoor, want kassian, die jongens. Zo jong gesneuveld en nu al zo lang dood. En allemaal hadden ze een mooie snor, dat maakt het erger.

Oorlog

Peutjoet is oud, heel oud. Het werd eind negentiende eeuw gesticht, kort na het begin van de Atjeh-oorlog in 1873. Veel militairen vonden het een troost, dat kerkhof. Want ze wisten: als het straks voor mij voorbij is, kom ik gewoon bij de jongens te liggen. Kameraadschap in het leger, daar zijn veel mooie liedjes over gezongen.

Militaire Willemsorde

Nou niet denken dat het zeker weer een elitehof was voor de Hollanders. Alles en iedereen ligt er, deze dood discrimineerde niet. Middenin het kerkhof staat een heuvel met bomen en men zegt, dat daar vooraanstaande mannen uit Atjeh rusten. Tegenstanders tijdens het leven en verenigd in de dood. Ach, wat zou ik er graag heen willen om daar in de tropenzon te wandelen. Maar ’t gaat niet vanwege mijn persoonlijke omstandigheden. Ik woon samen met Bert, een grote rode kater van dertien jaar en hij heeft angstklachten. Dus Poetjoet moet wachten. Ooit ga ik. En ik heb inmiddels een paar namen op mijn lijstje staan.

Darlang

Kapitein Darlang ligt er. Hij kon prachtig dansen, hij had zijn hond Corsar getraind in het opsporen van waaiers waardoor het baasje goede sier maakte bij de eigenaresses daarvan. Na zijn dood hebben ze nog geld ingezameld voor een borstbeeld op Peutjoet, hij moet bij leven nogal een legende zijn geweest. Majoor Pel heeft een prachtig wit graf met een hekje eromheen, pure kunst is het, dat je denkt: dat wil ik later óók, als ’t niet te duur is.

Maar er is ook Johan Vuyck. Vast geen familie van de schrijfster Beb Vuyck. Beb had pit. En Johan lijkt op zijn foto een broekje. Zeventien jaar was hij toen hij dienst nam, kort daarom kwam hij op eigen verzoek in Indie terecht. Middenin de oorlog, waar je zin in hebt. Veel gevechten overleefd tot die ene kogel hem vond. Hij leidde het corps marechaussee, Atjehers tegenover hem en zijn mannen. Dan: raak! Zijn linkerborst is het. Johan valt, weet op de een of andere manier zich zo te herstellen dat hij kan gaan zitten en roept dat de mannen moeten aanvallen. Maar ja, Atjehers konden goed schieten, dus met die kogel was het toch einde oefening. Na zijn dood kreeg hij nog de Militaire Willemsorde. Daar had zijn vrouw natuurlijk niks aan. Die had hem liever hem thuis gehad. Ook voor haar zou ik even naar Johans graf willen. Hij werd maar 30 jaar, en was al dood in 1898. In dat jaar kwam Wilhelmina op de troon, zo lang geleden is het.

Bloemen

Zegt u maar dat ik gek ben. Dat is misschien ook wel een beetje zo. Maar al dat herdenken ziet u, er zijn er zo véél om aan te denken, en daarom verkas ik in gedachten naar dat ene kerkhof op Atjeh. Er is een stichting die voor de graven zorgt, maar die hebben tekort aan fondsen. Ik heb ze geschreven dat ik een graf wil adopteren en of er dan ook iemand kan zijn die af en toe bloemen neerlegt. Een kleine groet van iemand een eeuw verderop. Niet vergeten, nooit vergeten.

Een deel van dit artikel verscheen eerder in Sapu Lidi

Leave a Comment